Waarom is het verstandig om bij de herbestemming van uw monument direct duurzaamheidsmaatregelen mee te nemen? En aan welke maatregelen denkt u dan? En hoe zit het met het verplichte energielabel en monumenten? En wie kan er helpen? In dit kennisdossier vindt u antwoorden op deze vragen.

Waarom duurzaamheidsmaatregelen?

Waarom worden bij de herbestemming van een monument direct ook duurzaamheidsmaatregelen mee genomen?
Onderstaande opsomming is overigens niet volledig.

  • Milieu en energiereductie

    Beter voor het milieu. Zoals een lagere CO2 reductie en lagere energiekosten.
     
  • Comfort

    De wens van de eigenaar/gebruiker/huurder voor een beter comfort in het monument.
     
  • Huurderswens

    Huurder/gebruiker verwacht dit/eist dit. Anders wordt voor een ander object gekozen. Vooral bij (internationale) hotels wordt vaak de BREEAM vereiste gesteld. BREEAM-NL is een instrument om integraal de duurzaamheid van nieuwe gebouwen, bestaande gebouwen, gebieden en sloopprojecten te meten en te beoordelen. BREEAM-NL wordt beheerd en ontwikkeld door de Dutch Green Building Council. Meer informatie staat op de site van Breaam.
     
  • Langdurig hogere huuropbrengst

    Voor verhuurders geldt dat duurzame gebouwen 6,5 % meer huur opleveren dan niet duurzame gebouwen, (onderzoek van de Universiteit van Maastricht).
     
  • Imago, missie en visie

    Het levert een positieve bijdrage aan het imago en/of sluit  aan op de missie en visie van de initiatiefnemer.
     
  • Combinatie

    Het is een vereiste bij verkrijgen van financiering en/of subsidie.
     
  • Moment

    Als er toch herbestemmings- en of restauratiewerkzaamheden plaats vinden, is dit het meest logische moment.
     
  • Behoud materiaal

    Het bespaart energie die anders zou gaan zitten in sloop, het aanvoeren van nieuwe bouwmaterialen en het optrekken van een nieuw gebouw. Het herbestemmen van een bestaand gebouw smeert bovendien de milieulast van de gebruikte materialen uit over een nog langere periode.
     
  • Noodzaak voor gebruik

    Bij sommige monumenten zoals kerken of culturele broedplaatsen (bijvoorbeeld de gashouder van de Westergasfabriek in Amsterdam) is het een vereiste. Daar wordt het vaak grote pand met pieken gebruikt. Het pand moet dan dus echt elke keer opgewarmd worden. Die energiekosten zijn dan relatief erg hoog. Om het pand meer te kunnen gebruiken - zoals bij nevengebruik bij een kerk - is een investering in duurzame energiemaatregelen noodzakelijk.
Welke maatregelen?

Welke duurzaamheidsmaatregelen zijn te overwegen als u een moment gaat herbestemmen? Energie kan bijvoorbeeld niet alleen bespaard, maar ook opgewekt en uitgewisseld worden. Aan het einde van de (niet volledige) opsomming, staan een paar aandachtspunten.

  • Hergebruiken van gesloopte materialen

    De materialen van gesloopte panden worden vaak hergebruikt. Het is op dit moment nog niet zo dat alle materialen die worden toegepast bij de herbestemming aan de duurzaamheidseisen voldoen.

    Architectenbureaus zijn over het algemeen goed op de hoogte welke duurzame materialen er op de markt zijn, maar deze kennis is niet altijd gedetailleerd genoeg om het project volledig duurzaam uit te voeren.

    De milieuclassificaties van het NIBE geven wel de mogelijkheid om projecten duurzamer uit te voeren. Toch heeft het behoud van karakteristieke elementen vaak een negatief effect op het energiegebruik .
     
  • Isolerende maatregelen

    Het gebeurt regelmatig dat monumentale waarden van historische gebouwen worden aangetast door ondoordachte (isolatie)maatregelen. Gelukkig zijn er ook slimme (reversibele) maatregelen. Voorbeelden hiervan zijn achterzet puien of doos-in-doos constructies, waarbij tussen de monumentale gevel en de nieuwe wand een tussenklimaat is gecreëerd. Dit levert een comfortabele temperatuur op, terwijl het tussenklimaat de beste condities levert voor het behoud van de monumentale schil.

    Er zijn veel mogelijkheden om het binnenmilieu te verbeteren zonder de monumentale waarden van het gebouw aan te tasten. Daarnaast is elk monument anders. Er zal dus altijd een oplossing op maat gemaakt moeten worden. Hiervoor is gedegen bouwkundig onderzoek en advies noodzakelijk.

    Soms kan een andere indeling van de ruimten warmteverlies tegengaan. Langs koude buitenwanden geen verblijfsfuncties, maar verkeerszones of ruimten die amper verwarmd hoeven te worden. Zij vormen zo een isolerende overgangszone.

    De technische innovaties t.a.v. glas gaan erg snel. Er wordt steeds dunner monumentaal energiebesparend e beglazing ontwikkeld.
     
  • Zonne-energie

    Het inzetten van zonne-energie is voor monumentale panden niet in alle gevallen mogelijk. Om het monument zoveel mogelijk te ontzien, kunnen de zonne-energiesystemen meestal het beste geplaatst worden: op een stuk ongebruikte grond in plaats van het dak, op platte daken in plaats van schuine daken en op bijgebouwen zoals schuurtjes in plaats van het hoofdgebouw zelf.

    Het gebruik van zonne-energie is niet mogelijk bij zeer bijzondere monumenten met een speciale cultuurhistorische waarde of betekenis, op daken met een bijzondere vorm, zoals ronde of spitse daken, op daken met pannen in een bijzonder of decoratief patroon, op daken met materialen die minder vaak voorkomen, zoals riet, leien, metalen en zeldzame typen dakpannen en in het zicht bij een bijzonder historisch dakenlandschap.
     
  • Coöperatieve zonnestroom

    • HRe-ketels;
    • houtgestookte cv-ketels en cv-kachels;
    • warmtepompen en hybride warmtepompen;
    • kleine windturbines;
    • WKK: warmte kracht koppeling: door toevoer van hout of gft-afval kan er en stroom én warmte geproduceerd worden. Vooral voor landgoederen of een straat met woningeninteressant.

Hierbij bent u samen met anderen eigenaar van een installatie van zonnepanelen. De panelen liggen niet op het eigen dak, maar op het dak van een ander, niet-monumentaal pand. Wel komt de opgewekte stroom ten goede aan uw eigen energierekening. Hiervoor bestaat een verlaagd belastingtarief. Andere duurzame energiesystemen:

  • Waterbesparende maatregelen

    Het opvangen en gebruiken van regenwater spaart drinkwater. Ook helpt het tegen het overbelast raken van het riool, waarbij vervuild water in sloten en andere oppervlaktewateren terecht komt, met allerlei gevolgen voor mens en dier. Het opvangen van regenwater om dit in de bodem te laten infiltreren, helpt tegen de verdroging van de natuur.

    Bij herbestemmingen zijn vaak nieuwe sanitaire voorzieningen nodig. Grijp dit aan om het waterverbruik terug te dringen, bijvoorbeeld met spaardouches en toiletten met minder spoelvolume. Bestaande sanitaire voorzieningen zijn met kleine aanpassingen aanzienlijk zuiniger maken. Zorgen voor kortere leidingen tussen het warmwatertoestel en de kraan, voorkomt dat onnodig veel water wegstroomt dat nog koud is.

    Drinkwater energiezuiniger verwarmen spaart energie. Hetzelfde geldt voor het terugwinnen van warmte uit douchewater dat het putje instroomt.
     
  • Binnenmilieu en gezondheid

    Sommige nieuwe materialen kunnen stoffen uitstoten (emissies) die de binnen lucht in huis vervuilen of die schadelijk zijn voor de gezondheid. Het gaat zowel om bouw- als inrichtingsmaterialen. Enkele bij verbranding vrijkomende stoffen horen ook tot de schadelijke emissies. Andere schadelijke stoffen in het binnenmilieu houden verband met een slechte ventilatie.

    Veel is te voorkomen met een goede ventilatie. Verder kunt u bij herbestemmingsprojecten veel doen aan een gezond binnenmilieu door goed te letten op de ventilatie. Ook kunt u noodzakelijke toevoegingen als nieuwe scheidingswanden of inbouwpakketten optrekken uit materialen die weinig emissies afgeven.
     
  • Natuur

    Historische gebouwen kunnen als leefgebied fungeren voor kwetsbare of bedreigde planten- en dierensoorten, zoals muurplanten, vleermuizen, de kerkuil en de gierzwaluw. Veel nieuwbouw is door veranderde ontwerpen, bouwwijzen en bouwmaterialen weinig geschikt voor een aantal planten en dieren. Voor deze soorten zijn historische gebouwen belangrijk voor hun voortbestaan. Ook zijn een aantal soorten muurplanten, vrijwel alle soorten vogels en alle soorten vleermuizen zijn bij wet beschermd.

    Rekening houden met kwetsbare flora en fauna is vooral een kwestie van tijdig plannen en speciale aandacht. Buiten bepaalde perioden om kunnen werkzaamheden voor herbestemming of restauratie gewoon doorgaan. Wel zijn soms extra maatregelen nodig om het leefmilieu van planten en dieren te sparen.

    Aandachtspunten bij investeringen in duurzaamheid:
     
  • Omgevingsvergunning nodig

    Soms kunnen investeringen in duurzaamheidsmaatregelen monumentale waarden aantasten. Ook voor deze aanpassingen kan een Omgevingsvergunning die de gemeente af geeft nodig zijn. De verschillen tussen gemeenten zijn groot. In sommige gemeenten, waar veel gelaagdheid in historie van de objecten is, mag veel wat duurzaamheidsinvesteringen betreft. In andere gemeenten waar bijvoorbeeld de objecten vooral uit ;één periode stammen, mag veel minder. Advies: neem in een vroeg stadium contact op met de gemeente.
     
  • Archeologie

    Voor sommige duurzaamheidsmaatregelen – denk aan een warmtepomp of een warmte koude opslag - is het nodig de grond in te gaan. Dan is er een kans op archeologische vondsten.  Als die er inderdaad zijn, kan dit de bouw sterk vertragen.
Hoe zit het met het verplichte energielabel?

Voor veel panden is het sinds 2015 verplicht om bij verkoop of verhuur een energielabel te hebben. Deze verplichting bestaat niet voor rijksmonumenten, provinciale en gemeentelijke monumenten. Eigenaren kunnen een monument in de verkoop of verhuur doen zonder energielabel. Toch gaan monumenteigenaren steeds vaker op zoek naar energiezuinige maatregelen. Ook zij hebben behoefte aan meer comfort en lagere energielasten. Bovendien is hun pand in de toekomst daardoor beter verkoopbaar.

Het energielabel is in Nederland gebaseerd op het verwachte energieverbruik. Er wordt geen rekening gehouden met het gedrag van de gebruiker. Let bijvoorbeeld op het zogenaamde reboundeffect. Na de energiebesparende maatregelen is het pand comfortabeler, wordt dus intensiever gebruikt en het energieverbruik daalt dan niet zover als was voorspelt.

De adviezen die horen bij het energielabel (EPA-advies) zijn niet gebaseerd en toegespitst op monumenten. Ze sluiten vaak niet goed aan bij het pand en de mogelijkheden en randvoorwaarden die bij deze specifieke gebouwen komen kijken. De adviezen houden bijvoorbeeld geen rekening met de historische bouwtechniek, cultuurhistorische waarde en noodzakelijke vergunningen. Bovendien ontbreken specifieke besparingsmogelijkheden die belangrijk en uniek zijn voor monumenten.

Er zijn extra adviesinstrumenten voor monumenten. In combinatie met persoonlijk en specialistisch advies helpen ze om de juiste energiebesparingsmaatregelen te kiezen, hun haalbaarheid te toetsen en een beeld te krijgen van de mogelijke besparingen. Een voorbeeld hiervan is het dumo-rekenmodel: maatwerkadvies door adviseurs voor historische gebouwen, inclusief monumenten.

Wie kan helpen?
  • ERM: de stichting Erkende Restauratiekwaliteit Monumentenzorg

    In de brochure “Uw monument energiezuinig; Praktische tips voor verduurzaming” heeft de stichting Erkende Restauratiekwaliteit Monumentenzorg (stichting ERM) allerlei maatregelen op een rij gezet om tot een goede balans tussen comfort, energieverbruik en monumentale waarden  te komen. De brochure is uitgegeven in de vorm van een waaier.
     
  • De architect

    Bij het ontwerp van de nieuwe functie van het monument maakt de architect keuzes en kan hij/zij duurzaamheidsinvesteringen natuurlijk mee nemen. Zie het Kennisdossier Ontwerp & onderzoek en de site van de VAWR
     
  • Adviseurs/installateurs

    Er zijn ook adviseurs/installateurs die u kunnen ondersteunen. Denk bijvoorbeeld aan Antea, Arcadis,Unica, DWA, NIBE.

    NB Pas bij de herbestemming van een monument op met een ‘gewone’ EPA-adviseur. De adviezen die horen bij het energielabel (EPA-advies) zijn niet gebaseerd en toegespitst op monumenten. Ze sluiten vaak niet goed aan bij het pand en de mogelijkheden en randvoorwaarden die bij deze specifieke gebouwen komen kijken. De adviezen houden bijvoorbeeld geen rekening met de historische bouwtechniek, cultuurhistorische waarde en noodzakelijke vergunningen. Bovendien ontbreken specifieke besparingsmogelijkheden die belangrijk en uniek zijn voor monumenten.
     
  • Gemeente

    Ga altijd in gesprek met de gemeente. Zij geven immers de Omgevingsvergunning af of geven aan dat dat niet nodig is. Tussen de gemeenten zijn grote verschillen. Dit komt omdat gemeenten verschillende historie qua bebouwing hebben. Maar ook qua interne organisatie (aparte afdeling milieu en erfgoed of juist één afdeling Ruimtelijke Ontwikkeling, waar beiden in vertegenwoordigd zijn.
Hoe betaal ik het?
  • Kostenbesparing

    Uiteindelijk bespaart u energiekosten, waarmee de investering wordt terug betaald.
     
  • Esco

    Esco staat voor Energy Service Company. Hierbij besteedt een eigenaar/gebruiker van een gebouw de energievoorziening en het management daarvan uit aan een externe partij met als doel substantieel op energiekosten te besparen. Meer informatie staat op de site van het Esconetwerk. Een Esco voor één woning is niet haalbaar. Wellicht wel voor een straat met woningen.
     
  • Lenen tegen lage rente

    Het Restauratiefonds financiert de herbestemming van een monument. Soms zijn er zelfs speciale aantrekkelijke leningsvormen voor investeringen in duurzaamheid. Zie  voor een volledig overzicht het Kennisdossier Financiering & Exploitatie.