Hoe financiert u de herbestemming van uw monument? Misschien staat u aan de start van uw project. Of u heeft – zelfstandig of samen met een gespecialiseerd bureau – al uitgebreid plannen gemaakt. In dit kennisdossier leest u op welke wijze u uw plannen kunt financieren en welke elementen daar een rol bij kunnen spelen. Wilt u meer weten, neem dan contact met ons op.

Exploitatie en onrendabele top

Hulp bij onderzoek naar haalbaarheid

Het herbestemmen van monumenten zoals kerken, industriegebouwen en scholen is vaak een uitdagende puzzel. Voor welke nieuwe functies leent het gebouw zich? Waarvoor kunt u de bestaande kwaliteiten inzetten? En wat is realistisch in de huidige markt? Hoe zit het met de exploitatie? Elk herbestemmingsproject begint met een gedegen haalbaarheidsonderzoek. Er zijn diverse partijen die u kunnen  helpen om te bepalen of uw plannen haalbaar zijn. U kunt denken aan:

Start bij de gebruiker

U begint de herbestemming vaak vanuit de gebruiker van het pand. En dus de wensen en (huur)opbrengsten. Die bepalen namelijk voor een groot deel de potentiële opbrengst en daarmee hoeveel er gefinancierd kan worden.

Onrendabele top

Wanneer de maximale (huur)opbrengsten niet kostendekkend zijn, spreken wij van een ‘onrendabele top’. Bij de herbestemming van (rijks)monumenten is er relatief vaak sprake van een onrendabele top. Zeker wanneer er sprake is van een ingrijpende restauratie. Dit komt mede omdat de kosten voor restauratie, onderhoud en herbestemmen door de beperkingen van een monumentenstatus vaak duurder zijn dan bij een regulier pand.

Als er sprake is van een onrendabele top, dan kan bijvoorbeeld een subsidie, een (laagrentende) lening van het Restauratiefonds of een schenking een (gedeeltelijke) oplossing zijn.

Hogere huur bij monumenten

Huuropbrengsten vormen vaak de belangrijkste inkomstenstroom. Goed om te weten dat in een aantal gevallen er meer huur gevraagd mag worden voor monumentale woningen. Voor woningen in een rijksmonumenten of in een rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht mag de verhuurder onder voorwaarden de maximale huur verhogen met een toeslag. Dit geldt niet voor gemeentelijke monumenten en panden in gemeentelijke beschermde stads- en dorpsgezichten. Meer info leest u op de site van de overheid

Tijdelijke verhuur

Tijdelijke verhuur is nu, meer dan vroeger, een reële optie om de tijd te overbruggen tot er een nieuwe, definitieve bestemming is gevonden. Er is dan wellicht sprake van een lagere opbrengst. Maar hierdoor worden de lopende kosten wel deels gedekt en wordt de verdere achteruitgang een halt toe geroepen. Bovendien is er door tijdelijk gebruik een groeiende aandacht voor het pand en de bijbehorende omgeving. Dit draagt bij aan draagvlak. Zie ook Kennisdossier Tijdelijk gebruik.

Juridische constructies

Om de financieringsbehoefte te verlagen kunnen ook juridische constructies een mogelijkheid zijn. Denkt u daarbij bijvoorbeeld aan het verkopen van een deel van het pand (bijvoorbeeld als appartementsrecht). Een ander voorbeeld is het vestigen van een recht van opstal of het aan gaan van een erfpachtovereenkomst  met de verkoper. Er zijn gespecialiseerde adviesbureaus en gespecialiseerde notarissen die u hierbij kunnen helpen.

(Laagrentende) leningen van Restauratiefonds

Restauratiefonds

Het Restauratiefonds is een stichting zonder winstoogmerk, die zich in zet voor de instandhouding van monumenten. Dat doet zij door kennis te delen en (laagrentende) financieringen te verstrekken.

Door het netwerk en het vertrouwen dat banken en investeerders in het Restauratiefonds tonen, worden vaak extra financiële mogelijkheden gecreëerd voor potentiële kopers en daarmee kansen om te ondernemen.

De accountmanagers van het Restauratiefonds denken  graag met u mee over uw herbestemmingsplannen.

Restauratiefondsplus-hypotheek

Het Restauratiefonds financiert dus. Soms zelfs tegen een lage rente. Zo is er voor de grootschalige restauratie en herbestemming van rijksmonumenten de Restauratiefondsplus-hypotheek. Alle informatie over de Restauratiefondsplus-hypotheek leest u hier. 

  • Kenmerken
    De Restauratiefondsplus-hypotheek is een lening met een lage rente, voor grootschalige restauraties van rijksmonumenten. Het minimale leningsbedrag is 300.000 euro *. De Restauratiefondsplus-hypotheek is 10 jaar lang (onder voorwaarden) overdraagbaar. De hypotheek is na maximaal 30 jaar volledig afgelost. U heeft voor de aanvraag van een Restauratiefondsplus-hypotheek diverse stukken nodig zoals een verklaring van de Belastingdienst over de onderhoudskosten, een businessplan en een taxatierapport. 

  • Reserveren
    Grote restauratiewerkzaamheden zijn vaak omvangrijk en complex. Bovendien zit er vaak veel tijd tussen de plan- en de realisatiefase. Daarom bestaat de mogelijkheid om tijdens de planfase een Restauratiefondsplus-hypotheek te reserveren. Met een reservering heeft u zekerheid over de beschikbaarheid van een laagrentende lening voor uw project.
  • Splitsen
    Om de herbestemming van rijksmonumentale complexen (zijnde niet woonhuizen) met achterstallig onderhoud naar kleinschalige woon en-/of werkeenheden mogelijk te maken is de ‘Restauratiefondsplus-hypotheek in delen’ mogelijk.

De ontwikkelaar doet het voorwerk en de koper van het appartement kan voor de start van de bouw bij het Restauratiefonds terecht voor een laagrentende Restauratiefonds-hypotheek en aanvullende financiering. Hierdoor kunnen toekomstige eigenaren het voordeel van de laagrentende lening benutten en wordt de financiële haalbaarheid van dergelijke projecten vergroot. 

* Wanneer een rijksmonumentaal complex kadastraal wordt gesplitst in kleinere zelfstandige eenheden geldt een minimum van 25.000 euro per lening.

Duurzaamheid (naast herbestemming)

In Drenthe en Gelderland zijn er laagrentende leningen van het Restauratiefonds voor duurzaamheids- en herbestemmingsinvesteringen. Het Restauratiefonds is met steeds meer partijen in gesprek om aantrekkelijke financieringsmogelijkheden voor investeringen in duurzaamheid en herbestemming nog meer te stimuleren.

Monumenten-hypotheek

Met de Monumenten-hypotheek van het Restauratiefonds kunt u de kosten die niet in de laagrentende lening passen financieren. Van aankoop tot verbetering, verduurzaming en herbestemming. Dit is een marktconforme financiering. Lees hier meer over alle financieringsproducten van het Restauratiefonds. 

Fiscale aspecten

Hieronder leest u welke fiscale aspecten een rol kunnen spelen bij de herbestemming van uw object.

Vennootschapsbelasting: rijksmonument langere tijd in eigendom voor aanvang restauratie/herbestemming

Als een rijksmonument geruime tijd (indicatie meer dan vijf jaar) op de balans van een rechtspersoon staat en deze rechtspersoon gaat onderhoud uitvoeren aan het rijksmonument, dan kunnen deze onderhoudskosten in één keer ten laste van de winst worden gebracht. Stem dit wel altijd vooraf af met uw accountant.

Een specifieke dienst van de Belastingdienst - Belastingdienst Bureau Monumentenpanden (BBM) -  stelt, voordat de restauratie begint, vast welke kosten aangemerkt worden als onderhoudskosten en welke kosten als verbetering. De kosten die door de Belastingdienst als onderhoud worden aangemerkt mag in het jaar waarin de kosten betaald worden ten laste van de winst worden gebracht.
Deze uitspraak bepaalt bovendien de grondslag van de Restauratiefonds(plus)-hypotheek van het Restauratiefonds.

Vennootschapsbelasting: rijksmonument wordt ondergebracht in nieuwe entiteit (BV) ten behoeve van aankoop, restauratie en herbestemming

Als een rijksmonument wordt ondergebracht in een nieuwe entiteit (zoals een BV), dan gelden de normale regels ten aanzien van activeren en afschrijving van activa.

Belangrijk is om voorafgaand aan de uitvoer van de werkzaamheden de plannen voor te leggen bij Belastingdienst Bureau Monumentenpanden (BBM) in Amsterdam omdat zij de grondslag voor de Restauratiefonds(plus) hypotheek vaststellen.
Raadpleeg in een vroeg stadium uw accountant om de (fiscale) voor- en nadelen van het onderbrengen, restaureren en herbestemmen van uw (rijks)monument in een nieuwe of bestaande entiteit of in privé voor u in kaart te brengen.

Inkomsten Belasting

De monumentenaftrek voor rijksmonumenten geeft een aftrekpost in de Inkomsten Belasting én speelt een grote rol bij het aanvragen van een laagrentende lening van het Restauratiefonds (de Restauratiefonds(plus)-hypotheek) .

  • Fiscale aftrek
    Op Prinsjesdag 2016 is het voornemen bekendgemaakt om de fiscale aftrek van onderhoudskosten aan rijksmonumenten te beëindigen. Dit wetsvoorstel is aangehouden: Fiscale aftrek van onderhoudskosten aan rijksmonumenten is in ieder geval in 2017 nog mogelijk.
    Concreet betekent dit dat eigenaren die een rijksmonumentenpand bezitten als privévermogen 80% van de (drukkende) onderhoudskosten kunnen aftrekken voor de Inkomsten Belasting. Om voor deze regeling in aanmerking te komen is het geen voorwaarde dat het monument wordt herbestemd.
  • Restauratiefondsplus-hypotheek 
    De drukkende onderhoudskosten vormen ook de basis van de Restauratiefondsplus-hypotheek: eigenaren kunnen bij het Restauratiefonds een lening met lage rente aanvragen voor 70% van de drukkende onderhoudskosten. Voor meer informatie kijkt u hier. 

Wat zijn drukkende onderhoudskosten?
De fiscale aftrek én de hoogte van de Restauratiefonds(plus)-hypotheek van het Restauratiefonds zijn gebaseerd op de drukkende onderhoudskosten. Drukkende onderhoudskosten zijn de kosten voor het onderhoud van een monument, zoals vastgesteld door de Belastingdienst Bureau Monumentenpanden (BBM), verminderd met subsidies, verminderd met het bedrag dat als verzekeringsuitkering bij schade door brand of storm en dergelijke wordt ontvangen en verminderd met andere tegemoetkomingen. Dan blijven de drukkende onderhoudskosten over, de kosten die daadwerkelijk voor de rekening van de eigenaar komen.
Als eigenaar kunt u 80% van de drukkende onderhoudskosten fiscaal verrekenen. Daarnaast kan voor 70% hiervan (rekening houdend met het maximum leningsbedrag) een Restauratiefondsplus-hypotheek aangevraagd worden.

Contact met BBM
Voorafgaand aan een restauratie kunt u door de Belastingdienst Bureau Monumentenpanden (BBM) de drukkende onderhoudskosten laten vaststellen. De Belastingdienst heeft een aparte afdeling voor rijksmonumenten: Belastingdienst Bureau Monumentenpanden (BBM) in Amsterdam. Voor meer informatie kunt u bij hen terecht. De dienst is te bereiken via (088) 15 28 155.

inkomsten belasting en Commanditaire Vennootschap voor herbestemming rijksmonument

Door een Commanditaire Vennootschap op te richten kunnen meerdere investeerders gebruik maken van het fiscale voordeel. Iedere participant kan een (evenredig) deel van de onderhoudskosten aftrekken in de eigen aangifte Inkomsten Belasting. Wilt u meer weten, neem  dan contact op met een fiscaal adviseur.

BTW

Als u een monumentaal pand verhuurt, kunt u kiezen uit (met BTW) belaste verhuur of (met BTW) onbelaste verhuur. Als u belast verhuurt, kunt u de BTW over uw investering terug vragen. Het is belangrijk dit met uw (nieuwe) huurder en uw accountant/fiscalist goed vooraf af te stemmen.

Overdrachtsbelasting

De overdrachtsbelasting voor woningen bedraagt 2%. Voor overige objecten 6%.
Als het pand binnen 6 maanden na aankoop wordt overgedragen, kan de overdrachtsbelasting terug gevraagd worden.
Het is belangrijk de aspecten t.a.v. de overdrachtsbelasting vooraf met uw accountant/fiscalist goed vooraf af te stemmen.

ANBI-status 

Veel herbestemmingen van monumenten kennen een onrendabele top. Met een ANBI kan ook een beroep worden gedaan op particuliere giften en schenkingen.

ANBI staat voor Algemeen Nut Beogende Instelling. Voor religieuze genootschappen en culturele instellingen is dit een bekend begrip. Giften en schenkingen zijn in die wereld van oudsher belangrijke inkomstenbronnen. De fiscus erkent het maatschappelijk belang hiervan en kent daarom belastingvoordelen toe aan zowel de schenker als de ontvanger. Particulieren die een schenking of gift doen aan een ANBI kunnen dit bedrag onder voorwaarden aftrekken van hun belastbaar inkomen. De ontvanger met een ANBI-status hoeft over deze gift geen schenkbelasting te betalen.

Dit principe kan ook worden toegepast voor instandhouding en herbestemming van monumenten. Hoe deze route kan worden ingericht, hangt echter af van de omstandigheden. Een belangrijke voorwaarde is dat de instelling die de ANBI-status aanvraagt geen winstoogmerk heeft. Als de ANBI-instelling één-op-één gekoppeld is aan een specifieke herbestemming, mag echter ook de initiator/opdrachtgever van de herbestemming geen winstoogmerk hebben. Ergo, als de herbestemming wordt uitgevoerd in opdracht van een stichting zonder winstoogmerk kan deze stichting een ANBI status aanvragen of een separate stichting 'de vrienden van' oprichten en daarvoor een ANBI-status aanvragen. Meer informatie: Belastingdienst

Ingewikkelder wordt het als de herbestemming wordt uitgevoerd in opdracht van een commerciële partij. Deze kan immers zelf niet als ANBI worden aangemerkt. En in dit geval kan de initiatiefnemer evenmin een stichting 'vrienden van' in het leven roepen voor deze ene specifieke herbestemming. Algemeen nut en commercie lopen dan te zeer door elkaar heen. Wat wel kan, is dat er een stichting wordt opgericht met een onafhankelijke bestuur en een ruimere doelstelling, een hoger algemeen doel dan deze ene specifieke herbestemming. Bijvoorbeeld behoud van erfgoed in een regio of stad.

Subsidies

Haalbaarheidsonderzoek

Om de haalbaarheid van een herbestemming te onderzoeken kunt u gebruik maken van de plankostenregeling. U kunt deze subsidie aanvragen bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Deze subsidie kan ieder jaar worden aangevraagd van 1 oktober tot en met 30 november. Per aanvraag geldt een minimum bedrag aan subsidiabele kosten van € 10.000 en een maximum van € 25.000. Bij de subsidieverlening wordt bovendien een subsidiepercentage van 70% gehanteerd. Meer informatie. 

'Wind en waterdicht' regeling

U kunt bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed subsidie aanvragen voor alle noodmaatregelen die een gebouw beschermen tegen weersinvloeden. Ook maatregelen om het gebouw te behoeden voor verzakking of instorten worden gesubsidieerd. Het gaat nadrukkelijk om tijdelijke en sobere maatregelen.. De subsidie  kan ieder jaar worden aangevraagd van 1 oktober tot en met 30 november. Per aanvraag geldt een minimum bedrag aan subsidiabele kosten van € 10.000 en een maximum van € 50.000. Bij de subsidieverlening wordt bovendien een subsidiepercentage van 70% gehanteerd. Lees meer op Monumenten.nl.

Provincies

Via de provincies komt er jaarlijks budget beschikbaar voor de instandhouding van monumentale panden. Zo wordt de financiële slagkracht voor restauraties vergroot. Van belang hierbij is dat u voor dezelfde werkzaamheden niet én een laagrentende lening van het Restauratiefonds én een subsidie kunt ontvangen. Deze kunnen elkaar wel aanvullen. Er zijn grote verschillen tussen de provincies. Het Restauratiefonds heeft veel ervaring met verschillende financieringen door heel Nederland. Neem voor meer informatie daarom contact op met de accountmanager van het Restauratiefonds.

Gemeenten

De gemeente zal in veel gevallen geen subsidie kunnen verstrekken. Wel zijn zij een belangrijke partij in het proces. Bijvoorbeeld als belanghebbende, voor het verstrekken van benodigde vergunningen en/of het aanleggen van wegen/ontsluiten van een gebied.

Overige subsidies

U kunt ook op zoek gaan naar subsidiemogelijkheden en of donaties. Een goede start hiervoor is het Fondsenboek of de websites van het Prins Bernard Cultuurfonds en het VSB-fonds. Let op: vaak is dan een vereiste dat het monument voor publiek (deels) wordt open gesteld. 

Er zijn ook andere partijen die u van dienst kunnen zijn bij het zoeken en aanvragen van subsidies. Vooral bij Europese subsidies kan dit handig zijn. Kijk bijvoorbeeld op de site van Van Draeckeburgh of de site van Erac

Brim-subsidie voor in standhouden

Wanneer de herbestemming van het monument achter de rug is en er regulier onderhoud aan het rijksmonument gedaan moet worden, dan kunt u wellicht een beroep doen op de instandhoudingssubsidie (Brim 2013). Hiermee kunt u een gedeelte van het onderhoud van uw monument financieren. Het gaat hierbij om sober en doelmatig onderhoud, op basis van een instandhoudingsplan, over een periode van 6 jaar. Deze subsidie vraagt u aan bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Lees meer op Monumenten.nl.

Crowd funding

Bij crowdfunding worden vier vormen onderscheiden, namelijk:

1. Doneren: geld schenken aan een goed doel.

2. Sponsoring en reward based crowdfunding: financieel ondersteunen van een project, waar (meestal) een niet-financiële tegenprestatie tegenover staat.

3. Equity based crowdfunding: investeren in een bedrijf, waar een financiële tegenprestatie tegenover staat in de vorm van direct (bijvoorbeeld dividend) of indirect rendement (bijvoorbeeld koerswinst).

4. Loan based crowdfunding: uitlenen van geld aan een bedrijf of particulier, waar een financiële tegenprestatie tegenover staat in de vorm van een rentevergoeding.

Loan based crowdfunding is de laatste jaren sterk in opkomst als alternatieve manier van lenen. Vaak is er hier sprake van een platform dat fungeert als tussenpersoon. Het platform zal in eerste instantie beoordelen of zij de gevraagde lening verantwoord acht, voordat zij de geldvrager in contact brengt met de geldgevers. Voorbeelden van zo’n crowd funding platform vindt u hier.

Voordelen

Positief aan crowd funding is dat de omgeving actief betrokken kan worden bij de herbestemming. Dit geeft lokaal draagvlak. En wellicht kan het een bijdrage leveren aan de onrendabele top. Vaak is het gerealiseerde draagvlak minimaal net zo belangrijk als de verkregen middelen.

Nadelen

Er zijn ook risico’s aan crowd funding verbonden. Er is beperkt toezicht en de huidige wet- en regelgeving sluit niet optimaal aan op deze ontwikkeling, waardoor risico’s minder goed inzichtelijk/ in te schatten zijn.

Verzekeringen

Hieronder leest u meer over de CAR-verzekering en de Opstalverzekering.
Naast deze verzekering zal een ‘normale aansprakelijkheidsverzekering vaak ook nodig zijn. Ook kunnen voor uw specifieke situatie nog andere verzekeringen van toepassing zijn. Neem hiervoor contact op met uw verzekeringsadviseur.

Carverzekering
 

Wat is een CAR-verzekering?
De Construction All Risk (CAR)-verzekering dekt de schade door de restauratiewerkzaamheden wordt aangericht aan het werk zelf, aan uw eigendommen of aan eigendommen van derden. U kunt hierbij bijvoorbeeld denken aan schade aan een naburig pand veroorzaakt door de werkzaamheden van uw aannemer. Uw opstalverzekering moet in deze periode gewoon doorlopen om reguliere risico’s te dekken.

Waarom een CAR-verzekering?
Het risico van restauratiewerkzaamheden wordt niet gedekt door uw ‘gewone’ opstalverzekering of aansprakelijkheidsverzekering. Financiers, zoals het Restauratiefonds, stellen het afsluiten van een CAR-verzekering meestal verplicht als u een financiering af wilt sluiten.

Wie sluit een CAR-verzekering af?
Uw aannemer sluit meestal een CAR-verzekering af. Als uw aannemer u vertelt dat de CAR-verzekering geregeld is, vraag dan om een kopie van de polis. Dit geeft u inzicht in de gedekte rubrieken en het eigen risico van de aannemer. Als de dekking beperkt is of het eigen risico van de aannemer groot dan loopt u als eigenaar alsnog een risico wanneer zich een calamiteit voordoet. Het is echter in een aantal situaties verstandiger zelf de CAR-verzekering af te sluiten.

Wanneer sluit u zelf een CAR-Verzekering af?

  • Als er meerdere uitvoerenden zijn. 
    Als u niet met één hoofdaannemer werkt, maar bijvoorbeeld zelf verschillende onderaannemers aanstuurt is het beter de CAR-verzekering zelf te regelen. Schadeveroorzakers zijn soms moeilijk aan te wijzen. Het is belangrijk te voorkomen dat er in geval van schade naar elkaar gewezen wordt.
  • Als de werkzaamheden schade kunnen toebrengen aan de omwonenden. 
    De omwonenden wenden zich immers bij overlast en/of schade door de restauratie het eerst tot u als eigenaar.
  • Als u twijfelt aan de financiële situatie van de aannemer.
    Als de aannemer tijdens de restauratie failliet gaat, kan een schade-uitkering uit zijn CAR-verzekering namelijk in de failliete boedel vallen.
  • Om de keuze te hebben wie de schade herstelt. 
    U kunt bij schade, wanneer u de CAR-verzekering zelf heeft afgesloten, ook zelf kiezen welke aannemer u opdracht geeft de herstelwerkzaamheden uit te voeren. Een aannemer die de verzekering zelf regelt zal over het algemeen de werkzaamheden zelf uitvoeren.
  • Als u zelf werkzaamheden uitvoert.

Waar kan ik een Car-verzekering afsluiten?
Bijvoorbeeld bij Donatus Verzekeringen

De opstalverzekering
 

Wat is een opstalverzekering?
Een opstalverzekering is de verzekering van een gebouw tegen brand-, bliksem- of stormschade. U kunt de dekking van deze verzekering uitbreiden met een dekking tegen diefstal/inbraak, glas- en waterschade.

Wat is herbouwwaarde?
De herbouwwaarde is het bedrag dat nodig is om de woning in geval van schade opnieuw op te bouwen en terug te brengen in de staat van voor de schade. Hierbij wordt de waarde van de grond niet meegenomen. De verzekeringspremie van uw pand wordt normaal gesproken gebaseerd op de herbouwwaarde. U betaalt bijvoorbeeld een promillage van de waarde van uw pand als premie.

En …….als het een monument is?
Als er een gedeeltelijke schade ontstaat waardoor het pand niet als geheel verloren wordt beschouwd, kan het zo zijn dat monumentale onderdelen hersteld moeten worden. Bij een niet-monument kiest men vaak voor de goedkoopste optie: de oude aangetaste materialen geheel vervangen door nieuwe. Dit kan bij een monument niet altijd. Uw verzekeraar moet rekening houden met deze mogelijk hogere kosten. 

Tip: laat de verzekeraar een clausule opnemen dat de eventuele hogere herstelkosten door de monumentale status ook gedekt zijn.

Bent u eigenaar van een uitzonderlijk waardevol pand? Dan wordt de premie van een standaard opstalverzekering vaak erg hoog. Maatwerk biedt in dat geval vaak een passende oplossing, waarbij gezocht wordt naar een juiste balans tussen het beperken van risico’s en lasten. Vraag daarom aan uw verzekeraar naar een passende oplossing voor uw specifieke situatie.

Contact

Neem contact op met de accountmanagers van het Restauratiefonds van de afdeling Voorlichting & Financieringen:
info@restauratiefonds.nl of (088) 253 90 20.

Of rechtstreeks (van links naar rechts op de foto):

Harry Kers
Voor de regio Amsterdam
(06) 51403732

Remco Vos
Voor de regio's Noord-Brabant, Limburg en Zeeland
(06) 22392348

Arthur Prinsen
Voor de regio's Groningen, Friesland, Drenthe, Overijssel en Gelderland
(06) 10256378

Bernard Brons
Voor regio's Nood-Holland (m.u.v. Amsterdam), Zuid-Holland en Utrecht
(06) 10703998

accountmanagers restauratiefonds