Adres

Doggersvaart 27 1784 PD Den Helder Nederland

Monumentenstatus
Geen
Transformatiejaar
2011
Oude functie
Boerderij
Nieuwe functie
Zorg
Bouwjaar
1907
Architect (origineel)
onbekend
Architect (transformatie)
LEVS architecten, Amsterdam
Eigenaar
Rijksgebouwendienst
Betrokken partijen
Marlies van Diest, Baarn
Strackee, Amsterdam
Bouwbedrijf M.J. de Nijs & Zonen
Rijksgebouwendienst
Organisatie
BNA Onderzoek

LEVS architecten transformeerde een stolpboerderij op de zuidgrens van Den Helder tot een justitiële jongereninrichting. Van de in erbarmelijke staat verkerende boerderij kon uiteindelijk alleen de houten hoofddraagconstructie gered worden van de sloop; deze draagt nu een nieuwe stolp met moderne elementen. Dankzij deze herbestemming bleef niet alleen het beeldbepalende silhouet van het gebouw behouden, maar ook de functie van het boerenbedrijf.

De opgave

Tot het eind van de 20e eeuw was de stolpboerderij, gebouwd in 1907, in gebruik voor de bollenteelt. Vanaf 1997 besloot de eigenaar, al op leeftijd, zijn werkzaamheden af te bouwen en stond het woonhuis leeg. De droogschuur en de achtergelegen pelschuur (gebouwd rond 1930) bleven tot 2005 in functie.

De nabijgelegen justitiële inrichting voor jongeren Doggershoek was al sinds 2003 op zoek naar huisvesting waar jongeren begeleid kunnen worden bij de overgang van detentie naar hun terugkeer in de maatschappij. Dit betekent dat zij begeleid wonen en werken, waarbij het gaat om praktisch werk in sectoren als de bouw of tuinbouw.

LEVS architecten, het bureau dat eerder al het ontwerp voor de Doggershoek realiseerde, zocht in eerste instantie samen met de inrichting naar een geschikt pand in de binnenstad. Maar de beperkte ruimte in het centrum, strenge eisen ten aanzien van de brandveiligheid en ‘botsingen’ met de buren maakten dat geen enkel optie geschikt bleek. De leegstaande stolpboerderij, in directe nabijheid van de inrichting, leek een mogelijkheid om de gewenste ideeën te realiseren; werken op het land als tussenstop naar de terugkeer in de maatschappij.

De RGD  heeft vervolgens in opdracht van justitie LEVS architecten opdracht gegeven om een haalbaarheidsstudie voor herbestemming te doen.

Aanpak

Een van de belangrijkste stappen was om het plan allereerst aan de gemeente voor te leggen. Er waren namelijk ook andere geïnteresseerde partijen die de grond wilden kopen. Bij een transformatie tot justitiële inrichting zou bovendien het bestemmingsplan (voorheen agrarische functie) gewijzigd moeten worden. 

De gemeente was direct enthousiast. In de eerste plaats vanwege de werkgelegenheid die de nieuwe bestemming met zich mee zou brengen; in de instelling is 24 uur per dag een op een zorg nodig. Ten tweede omdat de gemeente zelf ook al grond had aangekocht rond deze locatie, die opnieuw wordt ingericht als natuurgebied ‘De Nollen’. De herontwikkeling van de boerderij met landerijen zou daar mooi op aan kunnen sluiten. En ten derde omdat in het plan van LEVS het beeldbepalende silhouet van de stolpboerderij, dat de zuidgrens van Den Helder markeert, behouden zou blijven (het pand was geen monument en dus niet beschermd). Zodoende werd de boerderij in 2005 door de RGD aangekocht.

Door de architect werd een programma van eisen opgesteld in overleg met justitie. Bij de eerste studie ging het nog om twee woongroepen met tien plaatsen met een ‘licht regime’ en beperkt aantal extra eisen. Maar gedurende het transformatieproces kwam er een aantal belangrijke veranderingen. Na de brand in het cellencomplex op Schiphol (oktober 2005) werden de eisen ten aanzien van brandveiligheid flink opgeschroefd. Ook de groepsgrootte en het interne beleid werden aangescherpt. Het ontwerp moest hierop aangepast worden. Doordat de boerderij in 2008, toen de bouw kon beginnen, al jaren leeg stond was de staat van het gebouw dusdanig verslechterd dat besloten werd alleen de houten hoofddraagconstructie te hergebruiken. De gevel van het woonhuis zou opnieuw opgemetseld moeten worden. De schuurgevels zouden sowieso vernieuwd worden aangezien deze halfsteens waren.

Door de Gemeente  werd, na een voortvarende start,  een procedurele fout gemaakt in de keuze van de procedure (een artikel 11 i.p.v. van artikel 19 procedure), met als gevolg dat de – reeds door de gemeente verleende -  bouwvergunning nietig verklaard werd. Dit leidde tot een bouwstop van een jaar, omdat er een nieuwe procedure in gang gezet moest worden en een nieuwe bouwaanvraag. De boerderij was op dat moment al compleet 'gestript'; zo veel mogelijk van het hout is toen tijdelijk opgeslagen. 

Ontwerp

Het uitgangspunt voor het ontwerp was het reconstrueren van het silhouet van de stolpboerderij, dat op deze specifieke plek een belangrijke bakenfunctie heeft. Het cruciale element dat bij analyse naar voren kwamen was de gebouwstructuur – de opbouw van de plattegrond rond een lege centrale ruimte waaromheen verschillende functies in ‘cellen’ zijn gegroepeerd. Deze opbouw wordt bepaald door de houten hoofddraagconstructie. Dit element is behouden. De verschillende schuurtjes die in de loop der jaren op het terrein waren gebouw zijn gesloopt, behalve de pelschuur die is herbestemd tot lesruimten. 

De nieuwe plattegrond volgt de structuur van de oude. Op de begane grond zijn de individuele kamers rond de middenhal ontworpen. De ruimte van de hal is open gehouden door de trappen er los in te plaatsen. Op de eerste verdieping, onder de monumentale kapconstructie, is de gemeenschappelijke woonruimte met keuken.

Het houten skelet is in het interieur duidelijk aanwezig. Beneden zijn de kolommen en bakstenen voeten in het zicht gelaten terwijl op de verdieping de uitwaaierende schoren en sporen het beeld bepalen. Wel bleek dat de constructie op veel plaatsen verzwaard moest worden met stalen bouten, zo’n 300 in totaal.

Bij het ontwerp van de nieuwe kap en gevels is de oorspronkelijke hoofdkarakteristiek gevolgd, met een woonhuis op de kop en een stallendeel erachter. Ook de verhoudingen van de gevels en de indeling is gehandhaafd, evenals het gebruik van sobere materialen en details. Het woonhuis is opnieuw opgemetseld in een eenvoudige baksteen. De rieten stolp is teruggebouwd met moderne technieken; terwijl vroeger het riet direct op de houten constructie van sporen lag, rust het nu op dakplaten met een brandwerendheid van 120 minuten. De houten sporen zijn omwille van het beeld in het interieur wel teruggebracht.

Markante nieuwe cortenstalen frames vormen de drager van de rieten kap. De frames zijn ingevuld met glas en geven zo ruimte en licht aan de nieuwe functie van de boerderij. Het grote legraam met cortenstalen lamellen zorgt voor een bijzondere toevoeging op de bestaande kap.

De welstandscommissie was gelukkig met de keuze om het ‘basissilhouet’ van de boerderij overeind te houden. Maar ze waren vooral ook blij dat met dit project de betekenis en de functie van de stolpboerderij in het landschap zou blijven bestaan. Het erf wordt opnieuw ingericht naar ontwerp van landschapsarchitect Marlies van Diest. De oorspronkelijke ‘Windsingel’ van bomen zal hierin teruggebracht worden; in 2011 werden zo’n honderd bomen ingeplant.

Financiering

Terwijl de architect een overall opdracht gekregen voor het ontwerp (inclusief begroting, directievoering/toezicht, budgetbewaking en opdrachtverlening aan alle adviseurs), lag de verantwoordelijkheid voor de financiering bij de opdrachtgever, de RGD (in opdracht van het Ministerie van Justitie). 

Bij de financiering is de keuze gemaakt voor herbestemmen voor een lange termijn. Er is fors geïsoleerd en geïnvesteerd in duurzame oplossingen zoals verwarming en koeling door middel van warmte/koudeopslag en ventilatie met warmteterugwinning. Ook is gekozen voor materialen die lange tijd onderhoudsvrij of onderhoudsarm zijn.

De specifieke brand- en veiligheidseisen die aan een justitiële inrichting gesteld worden, leverden flinke kostenposten op, zeker toen die eisen tussentijds naar boven werden bijgesteld. In totaal is meer dan een derde van het totale budget besteed aan installaties. Het rieten dak is voorzien van noksprinklers. De dakconstructie diende 120 minuten brandwerend te zijn, evenals de binnendeuren van de kamers, die zelfsluitend zijn uitgevoerd. Er mochten geen te openen ramen in het gebouw zijn, zodat het gebouw geheel mechanisch wordt geventileerd. En alle kamers hebben interne radio en intercom. 

Het hergebruik van de houten hoofddraagconstructie vergde ook een extra investering, zeker toen deze tijdens de bouwstop een jaar lang werd blootgesteld aan de elementen. Qua techniek was het een hele uitdaging om de constructie te behouden; alleen omdat er een duidelijke wil was bij de opdrachtgever en de gemeente is dit wel gelukt.

Leerpunten

Een belangrijk leerpunt van dit project is de invloed op de kosten als gevolg van leegstand. Juist bij herbestemming is het nodig vaart te maken en knopen door te hakken; de prijs stijgt met de tijd door de snelle veroudering van een leegstaand gebouw. In het geval van de boerderij resulteerde de combinatie van langdurige leegstand en een bouwstop in flinke extra kostenposten. Daarnaast is snel handelen essentieel om waardevolle architectonische onderdelen te kunnen behouden.

Om die reden is het ook nodig nóg scherper te zijn in de procedurele kant. Bij dit project leidde een fout in de procedure voor wijziging van het bestemmingsplan (waarna een buurman een kort geding aanspande tegen de gemeente en de gemeente de bouwvergunning introk) tot een jaar vertraging. De architect had in dit geval de afhandeling van de procedures graag meer naar zich toe willen trekken.

Om dezelfde reden pleit de architect ook ervoor om sneller te beginnen met bouwen, zodra de bouwvergunning verleend is. Door het proces in gang en onder druk  te zetten komen eventuele problemen sneller op tafel. Dit scheelt uiteindelijk veel tijd, en geld.

Een positief aspect is de manier waarop bij deze herbestemming is nagedacht over de lange termijn. Het gaat hier niet alleen om de reconstructie van en gebouw, maar ook om de betekenis van het gebouw voor zijn omgeving. Er is gekozen voor energiezuinige installaties en duurzame materialen. En het gebouw is dusdanig flexibel van opzet dat het ook voor andere functies geschikt is, hoewel de specifieke (brand)veiligheidsinstallaties dan overbodig zijn. Die flexibiliteit bewijst zich nu de jeugdinrichting vanwege bezuinigingen gesloten is nog voor de nieuwe huisvesting in gebruik is genomen. LEVS heeft zich ingezet om een nieuwe bestemming te vinden; in september 2011 zal Lijn5 met een woongroep voor jongeren met een licht verstandelijke beperking in de stolpboerderij trekken. Het gebouw blijft eigendom van de RGD.

Meer informatie

Deze projectbeschrijving maakt deel uit van een analyse best practices van 10 herbestemmingsprojecten uitgevoerd door BNA Onderzoekmet focus op de rol van de ontwerper.

Website van LEVS architecten.

Contactpersoon

Google map of De DoggeRIJ, Den Helder