Adres

Castellastraat 29 6512 EV Nijmegen Nederland

Monumentstatus
Geen
Transformatiejaar
2009
Oude functie
Fabriek
Nieuwe functie
Wonen
Bouwjaar
1895
Architect (transformatie)
Architectenbureau Marlies Rohmer, Marlies Rohmer, Floris Hund, Lennaart Sirag Jord den Hollander DOK
Eigenaar
gemeente Nijmegen
Betrokken partijen
De Principaal
De Kei
Talis Woondiensten
Gemeente Nijmegen
Organisatie
BNA Onderzoek
Extra informatie

Pand op Graafsedwarsstraat.

Het vroegere fabrieksterrein van Dobbelman in Nijmegen is nu een levendige en gevarieerde Nijmeegse stadsbuurt waaraan de industriële voorgeschiedenis afleesbaar is. Bijzonder: de bewoners van de omliggende wijk Bottendaal speelden in het ontstaan ervan een essentiële rol. Aan het ontwerp ligt namelijk 'een open planproces' ten grondslag. Ofwel, de bewoners moesten 'in volledige openheid' bij het ontwerpproces betrokken worden.

Opgave

De Nijmeegse wijk Bottendaal is een buurt waar bewoners op hun rechten staan. Dat heeft te maken met de voorgeschiedenis. Er was een enorm verval, tot de hele oude fabriekswijk in 1979 officieel een woonbestemming kreeg na een tien jaar durende bewonersstrijd. Vanaf dat moment begon een grootse stadsvernieuwingsoperatie; fabrieken en bedrijven werden gesloopt en vervangen door betaalbare huizen. De Dobbelmanfabriek, als een van de grootste industrieën, sloot in 1999 zijn poorten en werd in 2001 grotendeels gesloopt.

De herbestemming werd prompt aangepakt. Al vlug stelde de gemeente het totaal te realiseren bouwvolume vast. Ook kwam er een soort invulvoorstel waarbij de nieuwbouw bestond uit één massief ogend bouwblok, dat naar één kant in hoogte opliep. Vervolgens besloot wethouder Paul Depla om dit hele projectgebied tot lichtend voorbeeld van een open planprocedure te maken. Ofwel: het zou het eerste project in Nederland worden waar bewoners 'in volkomen openheid' invloed zouden hebben op het ontwerpproces.

In 2001 schreef de gemeente een prijsvraag uit. Deze werd gewonnen door opdrachtgever De Principaal, met een ontwerp van architectenbureau Marlies Rohmer. Hun idee was om het voormalige 'patchwork' van de fabrieksgebouwen als uitgangspunt te nemen - hoge en lage volumes door elkaar. Dat schiep ruimte voor inbreng van de bewoners: deze zouden dan kunnen bepalen hoe de volumes precies op het terrein kwamen te staan. Zo konden zij actief hun stempel drukken op het masterplan en het beeldkwaliteitsplan - de basis voor de later gerealiseerde architectuur.

Aanpak

Masterplan en beeldkwaliteitsplan kwamen tot stand in een gemêleerd ontwerpteam, bestaande uit architect, opdrachtgevers, gemeente en bewoners - of vertegenwoordigers ervan. Vooral de bewoners waren duidelijk aanwezig, met steevast een persoon of acht. Alle ontwerpbeslissingen zijn door dit team gemaakt. Wat vast stond, was het totale volume dat op het terrein zou komen. Ook moest, naar Rohmers concept, een patchwork van grote en kleine gebouwen ontstaan, ter herinnering aan de oude fabriek. Daarbinnen waren alle voorstellen mogelijk, 'mits men met goede argumenten kwam'.

In de praktijk betekende dat, aldus Rohmer, dat je als architect geen vooropgestelde vorm- of stijlideeën moet hebben: 'Je moet alles kunnen loslaten, anders red je het niet.' Wel ging veel aandacht naar het aandragen van architectonische ideeën, die dan werden gepresenteerd op een manier die bewoners goed konden begrijpen en hen ook aanspraken. Zo werden morfologische studies gemaakt van de wijk als geheel, en van het typisch Bottendaalse huis (drie verdiepingen, met een voortuin en een souterrain). Dat laatste huistype zou in het uiteindelijke plan een aanzienlijke plaats innemen. Maquettes van 1 op 200 moesten de plannen voor leken inzichtelijk maken.

Dat alles kostte veel tijd, maar daarmee werd wel het vertrouwen van de buurt gewonnen - volgens Rohmer de basis van succes. Zij maakte daar zelf ook gebruik van, door de bewoners uit het ontwerpteam te vragen om zelf de plannen in de grote buurtbijeenkomsten te presenteren. Dat werkte beter, vermoedde ze, dan wanneer zij dat zelf als architect, zou doen.

Het ontwerp

Het Masterplan bestaat in hoofdzaak uit drie industrieel ogende grote gebouwen met gemengde functies, en enkele rijen laagbouwwoningen waarvan er twee samen een hofje vormen. In de laagbouw - ontworpen door DOK architecten - is onder meer het typisch Bottendaalse huis herkenbaar. De drie grote blokken zijn ontworpen door Rohmer en hiervoor was de beroemde Berlijnse AEG fabriek (1911) van architect Peter Behrens een herkenbare inspiratiebron. In hun stoere vormen en onder hoge ronde kappen is niet alleen een grote variëteit woningen ondergebracht (voor bijvoorbeeld gezinnen, studenten en tweeverdieners) maar er zijn ook bedrijfs- en werkruimten in opgenomen. Slechts in een gebouw (Gebouw L) is sprake van grootschalig hergebruik: hier is het betonskelet van een voormalig fabrieksgebouw gehandhaafd. Dit Gebouw L heeft kunstenaarsateliers op de begane grond, en loftwoningen over drie verdiepingen. Ook is er een aparte vleugel met een woonzorginstelling.

Belangrijk onderdeel van het plan is het openbare terrein tussen de gebouwen, een beschutte ruimte (op een ondergrondse parkeergarage), die als collectief gebied wordt gezien. Het plaveisel bestaat uit stelconplaten - een overblijfsel van de oude fabriek.

Financiering en realisatie

Nadat masterplan en beeldkwaliteitsplan waren vastgesteld, zijn voor de realisatie van de herinrichting nieuwe samenwerkingsverbanden aangegaan. De Principaal bleef hoofdverantwoordelijk voor het hele project en bouwde zelf - risicodragend - koopwoningen, maar er werden ook nieuwe opdrachtgevers cq financiers aangetrokken. Dat waren De Kei voor het woonzorgcomplex en Talis Woondiensten (woningbouwvereniging) voor sociale huurwoningen en kunstenaarsateliers. Ook de architectonische uitwerking werd verdeeld. Rohmer nam alleen de drie grote volumes op zich; alle laagbouwhuizen (herenhuizen, onder- en bovenwoningen, Bottendaalse huizen en hofwoningen) zijn ontworpen door DOK architecten (Herman Zeinstra).

Leerpunten

Rohmer heeft het bijzondere ontstaansproces van het Dobbelmancomplex als waardevol, maar ook uiterst intensief ervaren. Je moet als architect op '-tig' terreinen tegelijk bezig kunnen zijn en op alle niveaus bij het project betrokken blijven. Een goed contact met de wethouders is even belangrijk als 'de tijd nemen om bij bewoners pinda’s te eten'. Verder moet je als architect het volledige bouwproces beheersen (van bodemonderzoek om fasering en parkeeroplossingen te kunnen bepalen, tot en met betoncontroles, indelingen en baksteenkeuze). En je moet 'de kunst van verleiden' verstaan, een spel dat over en weer met de bewoners ontstaat.

Van existentieel belang, daarnaast, was de rol van de opdrachtgever. Rohmer prijst wat dat betreft De Principaal, die 'zijn nek uitstak en dit ongewisse proces aandurfde'. De Principaal bleek het bovendien ook aan te kunnen, memoreert Rohmer, dankzij mensen als Hylke de Vries en Rienk Postuma die perfecte procesbewakers waren. Zij konden niet alleen goed luisteren maar hakten op het goede momenten ook knopen door - wat stagnatie voorkwam. Al was ook een goed bestuurder onmisbaar. Wethouder Paul Depla bleek dat te zijn, toen hij zich bij een van de weinige conflicten niet in de rol van bemiddelaar liet dwingen. Hij adviseerde om het hele ontwerpteam in een kamer op te sluiten 'tot daar witte rook uitkomt'.

Meer informatie

Deze projectbeschrijving maakt deel uit van een analyse best practices van 10 herbestemmingsprojecten uitgevoerd door BNA Onderzoek met focus op de rol van de ontwerper.

Google map of Dobbelmanterrein, Nijmegen