Adres

Gieterij 200 7553VZ Hengelo Nederland

Monumentenstatus
Gemeentelijk monument
Transformatiejaar
2008
Oude functie
IJzergieterij
Nieuwe functie
School
Bouwjaar
1908
Architect (origineel)
Bouwdienst Stork
Architect (transformatie)
IAA architecten BNA (nieuwbouw)
Architectenbureau Fritz (restauratie)
Eigenaar
ROC Twente
Betrokken partijen
ABT Velp
Deerns
Bouwcombinatie de Gieterij (Dura Vermeer Bouw Hengelo
BAM Utiliteitsbouw regio Oost
Heijmans Bouw Arnhem)
PRC
Organisatie
BNA-onderzoek
Gebruiksoppervlakte
55000m²
Tijdelijk / permanent
Permanent
Gebruiker(s)
ROC

In een herstructureringsgebied in Hengelo realiseerde het Regionaal Opleidingencentrum (ROC) van Twente een nieuw gebouw rond de werkhal van de voormalige ijzergieterij Stork, een gemeentelijk monument. De enorme, bijna kathedrale hal geeft het nieuwe onderwijscomplex een 'ziel' en maakt dat leerlingen en docenten zich kunnen identificeren met deze plek. Door de hal in te richten als openbare ruimte is het gebouw stevig verankerd in de stad.

De opgave

Het beroemde in 1865 opgerichte metaalbedrijf Stork was gevestigd in Hengelo op een van de grootste industrieterreinen van Nederland. Tot aan de jaren '70 floreerde het bedrijf, maar de oliecrisis in 1973 bracht Stork ertoe de gieterijen in Hengelo en Utrecht te sluiten. Vanaf de jaren ’80 toen de productie van machines steeds meer naar lagelonenlanden werd verplaatst, lag het terrein in Hengelo er verlaten bij. Dankzij grootschalige transformatie – het in 2000 gestarte project Hart van Zuid Hengelo - wordt het industriegebied nu weer een onderdeel van de stad. 

Het ROC van Twente wilde haar veertig dependances clusteren op drie locaties vanuit het oogpunt van efficiëntie en kosten: Almelo, Enschede en Hengelo. Voor de locatie Hengelo werd in 1999 een Europese aanbesteding voor architecten uitgeschreven. IAA Architecten uit Enschede kwam met het voorstel een gebouw te ontwerpen rond de werkhal van de voormalige ijzergieterij, als twee aan elkaar grenzende hallen gebouwd in 1902 en 1928. De enorme hal, 150 meter lang, 3000 m2 groot en voorzien van een glazen zadeldak, is een indrukwekkende 'kathedraal'. Met dit gebouw heb je meteen de sterke identiteit waarnaar een grootschalige instelling als het ROC Twente op zoek is, zo was de gedachte van IAA. En met de 7000 leerlingen en 1000 docenten van het ROC in het gebouw, zou de ijzergieterij gaan fungeren als aanjager van de stedelijke herontwikkeling van het gebied. Met dit verhaal overtuigden zij het College van Bestuur; IAA kreeg opdracht om de eerste structuurschets uit te werken tot een ontwerp met de hal als basis.

Aanpak

Op het moment dat de opdrachtgever koos voor het plan van IAA wist niemand hoe omvangrijk en complex het project zou worden. Zo was het terrein nog eigendom van Stork. In eerste instantie werd een PPS (publiek-private samenwerking) met ontwikkelaar/aannemer Van Wijnen en de gemeente Hengelo opgezet voor herontwikkeling van de Stork gronden. Maar later bleek dat volgens de wet het complete ontwerp/bouwteam via Europese aanbesteding geselecteerd diende te worden (Van Wijnen werd uiteindelijk niet hiervoor geselecteerd). 

Ook planologisch was de opgave ingewikkeld; de ijzergieterij lag (nog) midden tussen de zware industrie, wat allerlei geluids- en veiligheidseisen met zich meebracht. Het gebouw was daarnaast het eerste op het terrein dat een nieuwe bestemming kreeg. Belangrijk was om de school goed 'op zijn plek' te zetten met een paar duizend gebruikers de belangrijkste 'trekker' van de herontwikkeling, in directe relatie tot het nabij gelegen station. IAA heeft hiervoor een stedenbouwkundig plan ontworpen.

Vervolgens werd het gebouw in 2002 tot gemeentelijk monument verklaard. De architect moest zichzelf opnieuw de vraag stellen welke gebouwdelen en elementen wel of niet behouden zouden blijven, en kreeg te maken met de Rijksdienst voor Monumentenzorg en het Cuypersgenootschap, dat zich inzet voor het behoud van bouwkundig erfgoed uit de negentiende en twintigste eeuw.

Tot slot was het zaak om ook de gebruikers te overtuigen van het plan. Op het moment dat de oude gieterij - in vervallen staat - aangekocht was, was het voor de meeste docenten moeilijk te geloven dat dit hun nieuwe school zou worden. De architect heeft veel tijd geïnvesteerd in excursies en presentaties om hen te enthousiasmeren. Ook PRC, verantwoordelijk voor de projectaansturing, heeft vanaf het begin geprobeerd het teamgevoel te bevorderen, door workshops te organiseren met de opdrachtgever, de ontwerpende partijen en de uitvoerende partijen.

Ontwerp

Hart van het nieuwe gebouw is de 150 meter lange hal. De ontwerpers, IAA architecten en restauratiearchitect Maarten Fritz, wilden deze 'kathedraal' koste wat kost behouden als open ruimte. De opdrachtgever, het College van Bestuur, had het concept van een 'community college' voor ogen: een gebouw dat open is naar de samenleving en functies als sport en cultuur herbergt naar Amerikaans voorbeeld. Om die reden is de hal daadwerkelijk als (semi-)openbare ruimte (geopend van zeven uur 's ochtends tot half elf 's avonds) vormgegeven, met enkele kleine bedrijfsvestigingen zoals een kinderdagverblijf, een café, een boekenwinkel en een uitzendbureau. Uitgangspunt was dat er een Sinterklaasoptocht met 5000 kinderen in moest passen. Het 'algemeen belang' vormde dus een zware component in het plan. 

Tegelijkertijd was er een omvangrijk programma met schoolfuncties. De enige manier om de hal helemaal open te houden was om de nieuwe vleugels met lesruimten zeer compact en rationeel te ontwerpen. De lesruimten zijn om die reden gestapeld aan weerszijden van de hal. De oude aangebouwde volumes van het historisch gegroeide complex zijn hiervoor afgebroken. Om een gevoel van massaliteit, inherent aan de schaalvergroting, te voorkomen zijn de vleugels door middel van patio’s en 'huiskamers' in verschillende zones verdeeld. De diverse opleidingen krijgen op deze manier hun eigen plek binnen het gebouw.

Met het oog op de continue veranderingen in het onderwijs is een vrij indeelbare plattegrond gemaakt, gebaseerd op een kolommenstructuur. Met flexibele wanden is een indeling met een heel scala aan instructielokalen, computerplekken, spreekkamers en studieruimtes gemaakt.

Stedenbouwkundig is het gebouw zorgvuldig ingepast. Aan de zuidzijde ligt de woonwijk 't Lansink, begin 20e eeuw door Stork gebouwd als arbeiderswijk en een van de eerste tuindorpen in Nederland (nu een Rijksmonument). Aansluitend op de schaal en sfeer van deze bebouwing gaf de architect de nieuwbouw een kamstructuur met vleugels in drie lagen en een vriendelijke uitstraling. De noordzijde, gelegen aan een grote straat en direct vanaf het station zichtbaar, is hoger en heeft met zijn grote glaspuien een meer industrieel karakter.

Gemeentelijk monument

Om de hal open te kunnen houden was het nodig andere gebouwdelen te slopen. In totaal is voor elke vierkante meter vloeroppervlak in de hal elders 60% van het grondoppervlak gesloopt. Het gaat om loodsen die later aangebouwd waren. Uitgangspunt voor het ontwerp van de hal was om deze niet in oorspronkelijke staat terug te brengen, maar de geschiedenis zichtbaar te laten. Juist de afgebladderde verf op de staalconstructie, de afgeknipte leidingen en de aanwezigheid van een oude kraan bepalen de kracht en de specifieke sfeer van de ruimte. Deze toestand is 'geconserveerd'. De oude hijsbalken zijn verwerkt in de loopbruggen van de verdieping. Contrasterend element is de opgetilde ontvangstruimte 'Jonas', als een los paviljoen in de hal geplaatst. De nieuwe opvallende gietijzeren kolommen bij de entree en de betonnen kolommen in de rest van het gebouw zijn een hedendaagse referentie aan de vroegere functie van het gebouw. 

Het ontwerp werd door het supervisieteam (verantwoordelijk voor de supervisie over de herontwikkeling van het Stork terrein) goed ontvangen, waarin ook monumentenzorg en welstand zitting hadden. Het Cuypersgenootschap vond de sloop van de later aangebouwde delen echter dusdanig bezwaarlijk dat het een rechtszaak aanspande die tot aan de Raad van State werd doorgevoerd. Uiteindelijk werd de beoordeling van het cultureel erfgoed door IAA juist bevonden en de opdrachtgever in het gelijk gesteld.

Financiering

Het gebouw is voor € 5 miljoen aangekocht. De restauratie van de fabriek heeft ongeveer € 7,5 miljoen gekost. De totale stichtingskosten bedroegen € 74 miljoen. Het grootste gedeelte bestond uit nieuwbouw. Het gehele project is door het ROC zelf gefinancierd. Er is wel gebruik gemaakt van een IPSV (Innovatie Programma Stedelijke Vernieuwing) subsidie van € 3,2 miljoen, die in 2002 door het ministerie van VROM werd toegekend.

Ondanks de grote omvang van het gebouw en de 'overmaat' van de hal (2700 m2) is het gebouw voor een regulier (onderwijs)budget gerealiseerd. Ook een budget voor beeldende kunst is vanaf het begin opgenomen in de financiering. Om de renovatie van de hal te kunnen bekostigen is ervoor gekozen om andere bouwdelen te slopen en om de nieuwe vleugels zeer rationeel en compact op te zetten. Er is door het hele gebouw gewerkt met een indeling op stramien. Enerzijds met het oog op de productiekosten - zo zijn er 1000 identieke kolommen verwerkt in het gebouw, en evenzoveel identieke ramen. Anderzijds met het oog op de flexibiliteit, een vereiste in de onderwijssector die continu in verandering is. Het gehele gebouw is om die reden ook voorzien van sprinklers en niet ingedeeld in brandcompartimenten.

Op het gebied van installaties is er geïnvesteerd in duurzame oplossingen zoals verwarming/koeling door middel van betonkernactivering. 'Zonneschoorstenen' regelen op een natuurlijke manier de ventilatie. Dit systeem gebruikt geen energie en zorgt automatisch voor verse lucht en koeling op de momenten dat er behoefte aan is (als de zon schijnt). De lucht in de glazen buizen wordt opgewarmd door de zon en stijgt op, waardoor er een natuurlijke trek ontstaat.

Het project is gefinancierd met 30% eigen vermogen en 70% vreemd vermogen. Over het vreemde vermogen moet 4,5% rente betaald worden. Voor het project is een IPSV-subsidie verkregen. De gemeente heeft deze subsidie toegekend gekregen en in zijn geheel doorgeschoven naar de het project van het ROC van Twente. IPSV staat voor Innovatie Programma Stedelijke Vernieuwing. Dit programma is ingesteld in 2001 tot en met 2004 om de stedelijke vernieuwing te versnellen en de kwaliteit te bevorderen. Het IPSV maakt deel uit van het Investeringsbudget Stedelijke vernieuwing.

Wat betreft de exploitatie, het verhuren van de commerciële ruimtes heeft geen problemen opgeleverd. Het ROC van Twente maakt geen reclames voor deze ruimtes. Dit is niet nodig, bedrijven komen geregeld naar het ROC van Twente toe met de vraag of er nog ruimtes te huur zijn.

Financieel overzicht

Download het financieel overzicht

Leerpunten

Uit het project komen verschillende leerpunten naar voren. Belangrijk voor een complex en langdurig herbestemmingsproject is om in de gaten te houden wie op welk moment de cruciale beslissingen neemt. Een architect wordt dikwijls gedreven door een bepaald idee over hoe het ontwerp eruit moet zien. Om dit daadwerkelijk voor elkaar te krijgen is het nodig op het goede moment te informeren wie de grondeigenaar is, wat de plannen voor het gebied/gebouw zijn en wie een bepaalde claim op het gebouw kan leggen (bijvoorbeeld vanwege een monumentale status).

Daarnaast was het voor dit project essentieel om niet alleen bij de opdrachtgever – die met haar visie voor een 'community college' zeer vooruitstrevend en ambitieus was – draagvlak te creëren, maar ook bij de gebruikers. In de onderwijscultuur van bezuinigingen is het belangrijk om de bouw van een miljoenenproject te kunnen verantwoorden. Communicatie is hierbij essentieel. Zowel de architect, de opdrachtgever als PRC (verantwoordelijk voor de projectaansturing) hebben vanaf het begin veel tijd geïnvesteerd in – formele én informele - excursies, workshops en presentaties om alle partijen op een lijn te krijgen. 

De architect benadrukt het belang van geduld daarbij. Bouwen en zeker herbestemmen, is een kwestie van een lange adem. Om het oorspronkelijke idee werkelijkheid te laten worden moet je steeds opnieuw bereid zijn je plannen toe te lichten, en zo nodig aan te passen. Voor dit project was het nodig om dit tien jaar lang vol te houden.

Een laatste les van dit project is dat om een gebouw te behouden, je ook moet durven kiezen voor sloop. In dit geval kozen architect en opdrachtgever ervoor om in de hal te investeren. Dat betekende dat andere gebouwdelen moesten wijken.

Meer informatie

Deze projectbeschrijving maakt deel uit van een analyse best practices van 10 herbestemmingsprojecten uitgevoerd door BNA Onderzoek met focus op de rol van de ontwerper.

  • In 2011 was het project ROC Twente Hengelo winnaar van de Gulden Feniks, een prijs van het Nationaal Renovatie Platform (NRP), in de categorie Transformatie

  • Contactpersonen: Harry Abels (IAA Architecten) en dhr. K. Leever, tel. 074 8525000, e-mail info@rocvantwente.nl

Google map of IJzergieterij Stork, Hengelo