Adres

Den Dolech 2 5612 AZ Eindhoven Nederland

Monumentenstatus
Geen
Transformatiejaar
2012
Oude functie
Ketelhuis
Nieuwe functie
Kantoor
School
Bouwjaar
1957
Architect (transformatie)
Diederendirrix architecten
Eigenaar
Technische Universiteit Eindhoven
Betrokken partijen
Diederendirrix architecten
Arensohn Constructies raadgevend ingenieurs bv
Deerns Raadgevende ingenieurs bv
Schreven's Bouwkosten Advies-Buro bv
Urban Fabric
Hurks bouw zuid bv
Organisatie
Diederendirrix architecten
Gebruiksoppervlakte
2200m²
Tijdelijk / permanent
Permanent
Gebruiker(s)
ICMS
Faculteit Scheikunde
Faculteit Biomedische Wetenschappen
Faculteit Technische Natuurkunde

Ketelhuis Ceres is één van de kenmerkende gebouwen van de TU Eindhoven. Het behoort tot de eerste generatie bouwwerken op het campusterrein en het staat symbool voor de TU als centrum van techniek. Door de technische vooruitgang is echter zijn oorspronkelijke functie als leverancier van heet water voor de verwarming van de universiteit komen te vervallen. Nu wordt het ketelhuis omgebouwd tot onderkomen voor onderzoeksinstituut ICMS.

Opgave

Ketelhuis Ceres werd in 1957 gebouwd op het TU-terrein. Het gebouw zorgde voor heet water om de campus mee te verwarmen. Deze functie is door vooruitgang in de technologie komen te vervallen en het gebouw kan daarom herbestemd worden.

Diederendirrix kreeg de opdracht het gebouw te transformeren van ketelhuis naar kantoor en onderwijsgebouw. Uitdagend, omdat de nieuwe functie sterk conflicteerd met het gesloten karakter van het pand. De opdracht behelsde het ontwerpen van een ruimtelijk en functioneel concept dat de oorspronkelijke architectonische kwaliteiten respecteert maar tevens kan voorzien in hoogwaardige prestaties die nu en in de toekomst gevraagd worden.

Aanpak

De dialoog tussen oud en nieuw wordt bij Ketelhuis Ceres gekenmerkt door een groot respect voor de oorspronkelijke architectuur. De nieuwe functie als kantoor en onderwijsgebouw conflicteert met het gesloten karakter van het pand, dat aan alle kanten is opgetrokken uit een zwarte baksteen. Daglicht, uitzicht en energetische aspecten waren voor het Ketelhuis destijds niet van belang.

In verband met genoeg daglichttoetreding voor de nieuwe functie van het gebouw, wordt één gevel vervangen door een zwarte glazen pui met diepe zwarte kozijnen die relatief dichtbij elkaar zijn geplaatst. Hierdoor gaan de kozijnen als een soort lamellen werken, zodat het vlak zich als het ware sluit voor voorbijgangers. Dit is tevens de grootste ingreep die gedaan is.

Verder zijn alle nieuwe invullingen los van het casco gedetailleerd. Enerzijds zijn hierdoor de toevoegingen goed zichtbaar en anderzijds staan ze letterlijk los, zodat ze relatief gemakkelijk kunnen worden verwijderd. Doordat de architectonische kwaliteit is gewaarborgd, blijft het Ketelhuis Ceres - ondanks zijn schaal - één van de gezichtsbepalende bouwwerken op het TU/e-terrein.

Ontwerp

De grootste ingreep, de vervanging van één van de bakstenen gevels door een zwarte glazen pui met eveneens zwarte kozijnen, kwam voort uit de strategische ligging van deze gevel, namelijk op het zuiden. Ruimtes die daglicht behoeven konden eenvoudig aan deze gevel geplaatst worden.

Bij het ontwerpen van deze gevel is veel aandacht besteed aan het behoud van het originele karakter van het ketelhuis. De gevel bestaat uit verticale stroken glas, gecombineerd met terugliggende aluminium vlakken. Achter geperforeerde lijsten is de natuurlijke ventilatie onzichtbaar in het ontwerp opgenomen.

Wanneer men overhoeks naar de muur kijkt, lijkt het vlak gesloten, zoals ook de originele muur was. Wanneer de muur recht van voren bekeken wordt echter, opent deze zich. De hoofdentree bevindt zich ook in deze gevel.

Om het pand bouwfysisch te verbeteren zonder het monumentale uiterlijk aan te tasten zijn alle geïsoleerde delen onzichtbaar na-geïsoleerd. Installatievoorzieningen zijn opgenomen in de wanden en vloeren om de pure ruimtelijkheid van het gebouw duidelijk naar voren te laten komen.

De architectuur wordt bij dit gebouw bepaald door de scheiding van draagconstructie en de buitenhuid. Binnen en buiten contrasteren sterk, buiten toont het gebouw zich gesloten, binnen wordt het interieur van boven verlicht. Het gebouw is simpel doch tot in het kleinste detail precies en scherp ontworpen. Alle invullingen zijn los van het casco gedetailleerd. Ze zijn hierdoor duidelijk zichtbaar en zijn relatief makkelijk verwijderbaar.

Van binnen is het ketelhuis opgedeeld in vier zones die voortkomen uit het grid van de kolommen. De eerste zone ligt aan de nieuwe gevel en vervult een representatieve functie. De tweede zone is de foyerstraat vanwege de opgetilde lichtstraat die zich erboven bevindt. De achterste twee zones worden gebruikt voor de laboratoriafuncties. Een nieuw en beeldbepalend element is een grote trap die leidt naar de eerste verdieping en tevens de trafo van de rest isoleert.

Ook het interieur past bij het ruimtelijke karakter van het gebouw, maar ook bij de ambitie van de gebruiker. Om het exclusieve karakter en de historie van het pand kracht bij te zetten is het kantoormeubilair ingetogen chique. Kasten, fauteuils en stoelen die ooit speciaal voor de TU/e ontworpen zijn komen terug en bieden een origineel en duurzaam alternatief.

Functies

De hoofdgebruikers van het gebouw zijn:

  • ICMS: Institute for Complex Molecular Systems
  • Faculteit Biomedische Wetenschappen
  • Faculteit Scheikunde
  • Faculteit Technische Natuurkunde

In het gebouw ondergebrachte ruimtes zijn o.a. een laboratorium, colloquiumruimte, vergader- en workshopruimtes en kantoorruimtes.

Meer informatie

Google map of Ketelhuis Ceres, Eindhoven