Adres

Oostelijke Handelskade 21 1019 HC Amsterdam Nederland

Monumentenstatus
Rijksmonument
Transformatiejaar
2006
Oude functie
Pakhuis
Nieuwe functie
Bedrijfsverzamelgebouw
Culturele functie
Evenementenlocatie
Horeca
Bouwjaar
1934
Architect (origineel)
Jan de Bie Leuveling Tjeenk (vormgeving)
ir. K. Bakker (constructie)
Architect (transformatie)
Architectenbureau Van Stigt, André van Stigt
Eigenaar
Stadsherstel Amsterdam
Betrokken partijen
Stadsherstel, Amsterdam
Cultuurfabriek
Salto TV
Waag Society
Amsterdams Fonds voor de Kunst
M.J. de Nijs en Zn
Van Rossum, Amsterdam
Organisatie
BNA Onderzoek
Monumentennummer
523312

Het vroegere koelhuis De Zwijger (1934) is het monumentale pronkstuk van de Oostelijke Handelskade in Amsterdam. Als enige pakhuis van de vele die hier ooit stonden, is het aan de stadskant nog in volle glorie zichtbaar. Bovendien is het nu omgetoverd in een veelzijdig cultureel gebouw.

Opgave

Het voormalige pakhuis De Zwijger wordt al sinds circa 1985 intensief gebruikt door popmusici en mediawerkers en heeft sinds 1997 officieel een culturele bestemming. In 2000 echter werd het gebouw alsnog met sloop bedreigd,  ondanks ver uitgewerkte verbouwingsplannen. Reden: er loopt een weg dwars doorheen, de aanrit tot de Jan Schaeferbrug naar het Javaeiland. Die doorboring van De Zwijger, mét bijbehorende constructieve noodoplossing, hadden het gebouw in 2000 bouwvallig gemaakt. Nog in datzelfde jaar werd zelfs een sloopvergunning afgegeven. In 2001 werd weliswaar in allerijl een Monumentenstatus toegekend (op aanvraag van het hoofdstedelijke Cuypersgenootschap) maar daarmee was De Zwijger niet meteen gered. Het  verbouwingsplan bleef onbetaalbaar zodat de planvorming stagneerde. En de gebruikers cq initiatiefnemers kwamen loodrecht te staan tegenover de gemeente (een onmisbaar financier).

Wethouder Duco Stadig besloot in 2003 de impasse te doorbreken. Hij gaf Architectenbureau Van Stigt de opdracht voor een haalbaarheidsonderzoek. André van Stigt, die veel ervaring met dergelijke projecten heeft, bekeek de opdracht integraal. Hij baseerde zijn onderzoek op vier hoofdelementen die hij onderling sterk verweven acht. Dat zijn, punt 1: de constructieve mogelijkheden van het bestaande gebouw. Punt 2: de wensen van gebruikers. Punt 3: het precieze bouwproces. Punt 4: de mogelijkheden tot de exploitatie.

Op basis hiervan maakte hij niet slechts een onderzoeksrapport maar een volledig nieuw architectonisch ontwerp. Alle oorspronkelijk gevraagde functies zijn inderdaad verwezenlijkt maar wel op andere plekken in het bouwwerk.

Aanpak

Voor Van Stigt staat vast dat de reddingsoperatie van De Zwijger vooral is gelukt doordat hij hier, als architect, de oorspronkelijke rol van bouwmeester op zich kon nemen. Hij beperkte zich dus niet tot het ontwerpen maar nam de verantwoordelijkheid op zich voor het hele project. Essentieel is dat hijzelf alle facetten van zo’n proces beheerst, zelfs met inbegrip van installatiedetails, exploitatie en beheerkosten. Daardoor kon hij, bij deze nieuwe reddingspoging van De Zwijger, in de beginfase zelfs als ‘sociaal projectontwikkelaar’ fungeren.

Hecht teamverband was in het hele proces essentieel. Van Stigt vond een goede opdrachtgever in de vorm van Stadsherstel - een partij waarmee hij bij eerdere belangrijke restauraties samenwerkte. Belangrijk ook was dat de initiatiefnemers, onder leiding van Egbert Franssen van de Cultuurfabriek,  bereid waren hun oude plannen los te laten en met de nieuwe mee te gaan. Voor het onderzoek naar de bouwkundige kwaliteiten van De Zwijger ging Van Stigt direct nauw samenwerken met constructeur Van Rossum. Vervolgens heeft hij zich verzekerd van de medewerking van aannemer Thijs de Nijs, die de haalbaarheid van het ontwerp garandeerde. Dit laatste werd door Stadsherstel als voorwaarde voor hun opdrachtgeverschap gesteld.

Ontwerp

Het grootste probleem bij De Zwijger was dat de eerdere verbouwingsplannen veel te duur waren. De toekomstige huren zouden hierdoor voor de gebruikers (verzameld in de stichting De Zwijger) onbetaalbaar worden. Bij het laatste ambitieuze plan, gemaakt met ontwikkelaar Het Oosten, werden de bouwkosten geschat op 17 miljoen euro. Dat die kosten zo hoog waren, kwam grotendeels door de ondeugdelijke noodconstructie die de doorboring van het gebouw (voor de aanleg van een weg erdoorheen) mogelijk moest maken. Deze noodconstructie bestond uit stalen vakwerkliggers op de bovenste verdieping, waaraan de onderliggende vloeren via hangsteunen waren opgehangen.

Voor dit hoofdprobleem vond Van Stigt een oplossing die vervolgens richting gaf aan het hele verdere plan. Hij constateerde dat de grote zaal op een onlogische en onnodig dure plek zat, namelijk als glazen bouwwerk op het dak - wat ook veel extra verbindingsroutes nodig maakte. Door deze zaal lager te situeren, namelijk ín het bestaande gebouw direct boven de weg, werden ook alle andere  problemen in een klap opgelost. In deze grote ruimte (drie lagen hoog) moesten alle dragende kolommen worden verwijderd om de open zaalruimte te creëren, waarmee constructief een hele nieuwe situatie ontstond. De noodconstructie werd overbodig: zowel de stalen vakwerkliggers als alle hangsteunen konden worden weggehaald. In het hele gebouw kwam aldus veel ruimte vrij voor allerlei gebruik.

Vooral werd nu, aldus Van Stigt, ‘dicht bij het gebouw’ gebleven. Het hergebruik is gedicteerd door de eigenschappen van De Zwijger. In de eerdere, duurdere plannen ging dat andersom: het bouwwerk werd toen ‘overruled’ door allerlei ambities.

Financiering

Het verbouwingsplan van Van Stigt werd begroot op 11 miljoen euro stichtingskosten (inclusief 2 miljoen voor het herstel van de eerdere ‘constructiefouten’). Voor dit bedrag is het werk inderdaad gerealiseerd - een besparing van 6 miljoen ten opzichte van het eerdere plan.

Interessant is dat ook andersoortige kosten door Van Stigt werden ‘meegenomen’ in zijn aanpak. Zo noemt hij het essentieel dat de constructeur vanaf het begin bij zijn analyse was betrokken, en ook echt meedacht hoe je de bestaande constructie zoveel mogelijk kon behouden. Daartoe werd diens honorering aangepast, zodat deze niet meer - zoals gebruikelijk - afhankelijk was van de hoogte van de bouwkosten maar van diens inventiviteit om de bestaande constructie te gebruiken. Bijzonder is verder dat ook de exploitatiemogelijkheden door de architect in zijn ontwerp werden betrokken. Door de zaal beneden te situeren en niet bovenaan, kwamen de mooiste plekken beschikbaar voor kantoorruimte en studio’s. Mede dankzij hun uitzicht op het IJ zijn deze verhuurbaar tegen hoge prijzen. Kunstenaarsateliers (deels in het kader van een broedplaats)  en overige minder commerciële functies zijn veelal aan de landzijde en lager in het gebouw gesitueerd.

Leerpunten

Op het proces valt weinig aan te merken, aldus Van Stigt. Wel vindt hij achteraf dat hij ook zelf iets te strak vasthield aan de vastgestelde bouwsom. Hierdoor is de afwerking van de buitenmuren rond de ‘weg’ nogal armoedig - temeer omdat de hier geplande kunsttoepassing niet doorging. Voor slechts één euroton meer had dit er wel goed uitgezien.

Praktisch leerpunt is dat, bij de verbindingsruimten, het gebruik van ‘kleine’ functies is onderschat. Er is wel rekening gehouden met de toeloop naar de grote zaal (grote bezoekersstromen, niet frequent) maar onvoldoende met die van de studio’s (kleine bezoekersstromen, zeer frequent -zo’n 80.000 personen per jaar). Die laatste bevinden zich boven in het gebouw en hebben eigenlijk extra trappen en liften nodig.

Tot slot was er een spanningsveld met de gebruikers. Van Stigt meent dat in zo’n gebouw flexibiliteit voorop moet staan maar sommige gebruikers hielden vast aan specifieke, blijvende ingrepen. Toekomstig hergebruik is hierdoor enigszins beperkt.

Meer informatie

Deze projectbeschrijving maakt deel uit van een analyse best practices van 10 herbestemmingsprojecten uitgevoerd door BNA Onderzoek met focus op de rol van de ontwerper.

Google map of Pakhuis de Zwijger, Amsterdam