Adres

Arnhemseweg 348 7334 AC Apeldoorn Nederland

Monumentenstatus
Rijksmonument
Transformatiejaar
2010
Oude functie
Seminarie
Nieuwe functie
School
Bouwjaar
1935
Architect (origineel)
Jan van Hardeveld
Architect (transformatie)
Atelier PRO, Den Haag / projectarchitecten: Leon Thier & Hans Kalkhoven (nu Studio Leon Thier, Den Haag)
Eigenaar
Rijksoverheid
Betrokken partijen
Brains-to-Build, Amersfoort
ABT, Velp
Corsmit, Rijswijk
Deerns, Rijswijk
DGMR, Arnhem
Hartung Lichtplanung, Keulen
Bouwcombinatie Dura Vermeer-Draisma vof, Apeldoorn
Hollander Techniek, Apeldoorn
BAM techniek, Apeldoorn
Organisatie
Studio Leon Thier
Monumentennummer
514494

Het voormalige aartsbisschoppelijke klein seminarie uit 1935 is niet alleen aan een grondige renovatie onderworpen maar is ook behoorlijk uitgebreid om de nieuwe Politieacademie te kunnen huisvesten. De nieuwbouw is zoveel mogelijk bij het bestaande gebouw gerealiseerd zodat het landschap intact gehouden kan worden.

Een nieuwe verbouwing en uitbreiding

Begin deze eeuw had de Politieacademie een aantal locaties in het midden van het land, die toe waren aan groot onderhoud, niet meer voldeden aan de eisen van eigentijds onderwijs en/of te klein waren voor de aantallen studenten. Besloten werd om de opleiding in de regio te concentreren in dit monumentale complex aan de Arnhemseweg, dat al sinds 1973 in gebruikt werd voor enkele opleidingsonderdelen van de politie, en hier renovatie en nieuwbouw te realiseren. Deze combinatie van verbouw en uitbreiding bleek voor de Politieacademie, ook uit kostenoogpunt, de beste optie.
In 2002 werd Atelier Pro (projectarchitect Leon Thier) via een Europese Aanbesteding gekozen als architect voor het gebouw en een deel van het interieur. Studio Leon Thier maakte het interieurontwerp van de kantoor- en onderwijsruimtes. De ingenieursbureaus Deerns en Corsmit waren betrokken als adviseurs van respectievelijk de installaties en de constructies. Het projectmanagement lag gedurende het gehele bouwproces in handen van Brains to Build.

Renovatie en hergebruik van ruimtes, een duurzame keuze

In het ontwerp voor de gerenoveerde Politieacademie is gekozen voor herstel van de oorspronkelijke schoonheid van het ontwerp van architect Jan van Hardeveld uit 1935 en het teniet doen van de lelijke verbouwingen die sinds 1973 in het gebouw hebben plaatsgevonden.
De aanwezige hoofdstructuur van het voormalige kleinseminarie bleek nog steeds geschikt voor het onderwijsdoel en programma van de Politieacademie. Met slimme ingrepen kon het gebouw ook geschikt worden gemaakt voor het nieuwe werken en leren. Daarnaast vroeg het programma om uitbreiding. In plaats van deze te zoeken in losse nieuwbouwblokken in het park, ging het plan uit van een compacte gebouwopzet, binnen en aansluitend aan het bestaande gebouwcomplex. Daarmee kon de parkachtige omgeving rond het gebouw behouden blijven en kon, door sloop van een in de tweede wereldoorlog door de bezetter gebouwde garage, een grote vijver voor opvang van hemelwater aangelegd worden.

Synergie tussen oud en nieuw

Na realisatie in 1935 werd het kleinseminarie door professor Granpré Molière, de voorman van de 'Delftse School', gezien als een van de beste voorbeelden van door hem voor ogen staande architectuur. Hoewel architect Van Hardeveld geheel onafhankelijk opereerde van welke architectuurschool dan ook, heeft het gebouw inderdaad kenmerken van die stroming. Dat is vooral afleesbaar aan de zeer bewust en subtiel ontworpen hiërarchie in vorm, detail, materialisering, kleur en licht voor de uiteenlopende onderdelen. Op het eerste oog kent het complex een op de traditie geënte verschijning. Nader beschouwd is het echter evenzeer verrassend zakelijk van opzet en maakte het gebruik van toen vernieuwende en duurzame constructies, materialen en installaties. Zo waren de dakspanten van staal en zorgde een watervat in de kerktoren voor waterdruk. Een dergelijke stille evolutie in de bouw lijkt kenmerkend voor deze architectuurrichting.
Binnen één karakteristiek geheel is het monument soms sober, solide en voornaam, en elders juist weer fris, licht, flexibel en neutraal, afhankelijk van het toenmalige programma.
De nieuwbouw volgt dit oude principe: toevoegingen zijn solide, ruim en onderscheidend, maar nu licht en eigenzinnig vormgegeven. De stille evolutie die binnen het gebouw in 1935 was ingezet wordt anno 2010 ingestoken met een architectuur die krachtig is in zichzelf, met respect voor het oude, waardoor dit als het ware wordt uitgelicht. Daartoe is voor de nieuwe elementen gebruik gemaakt van voornamelijk staal en glas.
De nieuwe gebouwen zijn satellieten van het oude hoofdvolume, zoals ook de oude losstaande facilitaire gebouwen dat waren. Toen rijzig en verticaal. Nu horizontaal en met materialen die letterlijk lichter in gewicht zijn. De oorspronkelijke kleuren en materialen werden teruggebracht of daarop geënt en door de nieuwbouw een slagje donkerder te kleuren wordt de oudbouw als het ware meer in het licht gezet.

Bestaande bouw

De nieuwe entree

De oude entrees zouden de nieuwe bezoekersstromen niet aankunnen. Daarom is aan de noordzijde een nieuwe hoofdentree gerealiseerd. Hier kon zonder veel afbreuk aan het monumentale landschap ook beter in de grote parkeerbehoefte worden voorzien. Door sloop van het voormalige Mannenhuis en heldere 'entreeloper' is deze vroeger wat rafelige achterkant een zeer waardig en prettig entreegebied geworden.
Vanuit de ruime nieuwe entreevestibule bereikt de bezoeker direct het nieuwe atrium.

Het atrium, centrum van onderwijsactiviteit

Deze ruimte is een sprekend voorbeeld hoe architectuur uit twee tijdvakken elkaar kan versterken. Door de voormalige binnenhof met een krachtige gebaar te overkappen is een indrukwekkende binnenruimte ontstaan. Deze synergie tussen oud en nieuw werd een representatieve centrale plek voor leercentrum, mediatheek en ontmoeting; het nieuwe hart van de organisatie.
Architectonisch zijn de nieuwe elementen los gehouden van het monument, waardoor de oude gemetselde gevels van de oude binnenplaats volledig in hun waarde worden getoond en door de posities van de glasdaken extra worden uitgelicht.
Het imposante dak wordt gedragen door vijf 25 meter hoge stalen boogspanten en zorgt in deze ruimte voor prachtig hoog invallend daglicht. De spanten hebben de vorm van een omgekeerde kettinglijn, als een vrij hangend halssnoer dat aan beide uiteinden wordt vastgehouden. Omgekeerd is dit de stevigst denkbare constructie vanwege het optimale krachtenverloop. De oude gevels en de visueel en functioneel bij deze ruimte betrokken studienissen in en op de voormalige breviergangen vormen samen met de nieuwe ingrepen een prachtig inspirerend decor. Met nieuwe glazen liften en trappen die als een waterval omlaag gaan, zijn alle verdiepingen herkenbaar met elkaar verbonden.
De mediatheek bevindt zich op de begane grond en insteekverdieping. Ook is er op de begane grond een lounge met terras, een plek om elkaar op aangename wijze te ontmoeten en om te studeren. De meeste leslokalen en vergaderkamers zijn ook rond dit atrium gesitueerd.

Oude vleugels en zolders

De voormalige professoren- en studentenvleugels zijn ingericht als les- en werkruimten. Door nieuwe openingen in de gangwanden kon ook de gangruimte betrokken worden bij het werk- en leergebied. Deze zijn rustig en modern vormgegeven, waardoor de oude gangen- en organisatiestructuur goed herkenbaar blijft. De oorspronkelijk wat gesloten les- en werkruimten zijn meer open geworden, passend bij het gewenste minder plaatsgebonden nieuwe werken. Oorspronkelijke hoogtes in het plafond zijn teruggebracht en de in de jaren dertig vernieuwende betonnen portaalconstructie weer zichtbaar gemaakt.
Bijzonder zijn de voormalige slaapzolders, waarvan de vreemde in de jaren zeventig aangebrachte tussenverdiepingen zijn verwijderd. Daardoor zijn het prachtige hoge en lichte ruimtes geworden, met een landschapachtige indeling, flexibel en open.

De kapel en congreszaal

De kapel is ingericht als het centrale restaurant. Op de vroegere plek van de kerkbanken staan nu tafels met hoge banken. De keuken en de uitgifte zijn los gehouden van de kapel door een kleine binnentuin en in een nieuw bouwdeel ondergebracht, om de sfeer van de kapel niet teveel te verstoren. In dit nieuwe bouwdeel vinden ook alle benodigde facilitaire functies een vanzelfsprekende en goed bereikbare plaats.
Door de nieuwe langgerekte vestibule dwars op de entree zijn kapel en congreszaal separaat van de rest van het gebouw toegankelijk, zodat deze los van de rest van het gebouw bruikbaar zijn voor congressen. De voormalige, rijk gematerialiseerde sacristie is ingericht als een zeer bijzondere vergaderkamer.

Het zusterhuis

Het voormalige zusterhuis lag wat los van het hoofdgebouw en bleek daarmee zeer geschikt voor de afdeling Werving & Selectie, een min of meer los van het complex staande afdeling, die hier over een eigen entree beschikt.

De nieuwe vleugels

De praktijkonderdelen van het onderwijs, waaronder die van de School voor Recherche, vereisten ruimtes die niet in het oorspronkelijke gebouw pasten en daarom zijn ondergebracht in een nieuwe extra vleugel. In dit deel vinden we ook werkplaatsen en praktijkwoningen, waar allerlei praktijksituaties gesimuleerd kunnen worden, specifieke lesruimtes, waaronder twee schietbanen, een onderzoeksgarage verkeer en diverse praktijklokalen voor sporenonderzoek, waaronder vingerafdrukken, schoensporen, werktuigsporen, DNA en chemische detectietechnieken.
In de andere vleugel, waarin ook de restaurantuitgifte is ondergebracht, zijn ook diverse andere facilitaire functies en installatieruimtes te vinden. In de kelder hiervan bevindt zich een parkeergarage voor bijzondere voertuigen.

Materialen en kleur

In de architectuur is de oorspronkelijke kleurstelling teruggebracht. Deze waren gebaseerd op de natuur, zoals zand, aarde en bladgroen en kende hier en daar een schittering met rijkere accenten. De kapel kent een mengeling van aardse -hout en metselwerk- en sacrale -hemelsblauw glazuur- materialen en kleuren.
In de gangen is met het verwijderen van wit spuitwerk op de zandkleurige tegellambriseringen de oorspronkelijke okerkleurige geglazuurde tegelrij tevoorschijn gekomen. Daarboven zijn de wanden zandwit geschilderd. Ook de oregon pine en eiken deuren, die in een latere renovatie wit waren geschilderd, zijn teruggebracht in oude staat. Alle nieuwe ingrepen zijn uitgevoerd in antracietkleurig staal, dat zo ' in gesprek gaat' met het oorspronkelijke gebouw.

Interieur en werkplekindeling

Ook in het interieur is voor de nieuwe elementen, die zelf strak en modern zijn, gebruik gemaakt van de originele warme kleuren, met hier en daar een accent. De opdrachtgever stelde er prijs op dat het ontwerp van de werkplekindeling en de bijzondere interieurelementen ook door de architecten zou worden ingevuld. Een uitgekiend plan biedt het optimum tussen de mogelijkheden van de bestaande en nieuwe ruimten en de wens om waar het kan het nieuwe werken -minder plekgebonden waar het kan- in te voeren. Gebouw en interieur zijn zo een geheel geworden.

Duurzaam gebouw

Kenmerk van het ontwerp voor de renovatie en restauratie van het complex zijn de begrippen slim en vitaal. Vitaal, omdat het oorspronkelijke pand zo is geïnterpreteerd, dat het gebouw weer langdurig geschikt is voor een nieuw gebruik. Slim, omdat er gebruik gemaakt is van technieken die aansluiten bij het bestaande complex. Zo is er warmte- en koudeopslag in de bodem toegepast en konden de monumentale ramen worden gehandhaafd door een combinatie van een slim overdruksysteem met achterzetramen en geïsoleerde borstweringen. Het gebouw werd zo energiezuinig en comfortabel, zonder karakterverlies en aantasting van het monument.

Landschap en het nieuwe aureool

De oorspronkelijke setting van een tuinachtige voorzijde langs de Arnhemseweg -de zichtbare kant van het gebouw- en een parkachtige kant aan zuid- en westzijde zijn teruggebracht. Ook is een sterk landschappelijk element in het ontwerp de nieuwe vijverpartij aan de zuidzijde. Daarmee werd het wateroppervlak vergroot, mede als extra waterberging ter compensatie voor het grotere bebouwde oppervlak en verharding. Het parkeerterrein is uitgewerkt als een groot langgerekt plein, van waaruit met een 'loper' het iets hoger gelegen gebouw kan worden betreden.
Door restauratie en verdunning van dichtgegroeide vegetatie verschijnt vanaf de Arnhemseweg de oude gevel weer als in 1935. En subtiel toont zich ook de nieuwe ingreep: 'de oude dame' draagt de nieuwe aureool van het nieuwe glazen Atriumdak, symbool voor dit nieuwe wervings-, selectie-, opleidings- en kenniscentrum voor de politie.

Op 6 september 2010 werd het gebouw officieel geopend door Hare Majesteit Koningin Beatrix.

Meer informatie

Google map of Politieacademie in Aartsbisschoppelijk Klein Seminarie, Apeldoorn